6 maart 2007
Spelers: Anne-Marie, Femke en Peter Hein
Om het deze avond toch niet bij één spel te laten stelde Peter Hein voor nog een kort kaartspelletje te doen, namelijk Danger 13. De vorige keren had hij de regels van de groene pluskaarten niet helemaal goed gelezen. Als je deze krijgt gaan die namelijk direct naar je scorestapel in plaats van dat ze aangesloten worden bij de rij. Voor het spel maakt het niet zoveel uit. Een belangrijker verschil met de vorige keer was dat er nu maar drie spelers waren tegenover vijf de vorige keer. Daardoor ben je vaker aan de beurt en heb je dus meer controle over je lot. Met vier medespelers loop je het risico dat je zomaar op dertien punten zit voor je goed en wel zelf wat hebt kunnen doen. Dit is namelijk wel een spel dat uitnodigt om spelers die al een paar strafpunten hebbeen, er nog meer te geven om zo je eigen punten veilig te stellen. Met slechts twee medespelers kun je de keuze waar een slechte kaart heen gaat nog wat nuanceren.
Peter Hein trof het deze keer een paar keer met groene pluskaarten. Een keer kreeg hij zelfs een dubbele plus van Anne-Marie, doordat die de laatste kaart was die ze moest verdelen. Femke was een paar keer het slachtoffer van wrede medespelers en was daarmee snel buiten mededinging. Peter Hein richtte zijn aandacht wat meer specifiek op Anne-Marie dan andersom en hij kwam uiteindelijk als overwinnaar uit de bus.
Anne-Marie en Peter Hein vonden het een grappig spelletje met zeer aangename speelduur (10 minuten). Femke twijfelde nog of ze het wel zo leuk vond, maar sloot zich toch bij de anderen aan.
Uitslag: Peter Hein 20, Anne-Marie 16, Femke 6
Waardering: allen 3
20 februari 2007
Spelers: Dagmar, Ilja, Niek, Peter Hein en Wendy
Het was kwart over tien en iedereen was nog wel in voor een afzakkertje. Die had Peter Hein in de aanbieding in de vorm van Danger 13, een nieuw kaartspel van Rüdiger Dorn. Spelers zijn om beurten startspeler en nemen dan een aantal kaarten van de stapel. Je moet iedere speler een kaart geven, maar je mag ze alleen een voor een bekijken. Sommige zijn goed, andere slecht, maar je weet nooit wat er nog ligt! Op de kaarten staan plusjes en/of getallen. Zodra iemand een score heeft van 13 of meer eindigt de ronde. Alle andere spelers scoren dan hun plusjes als punten, de speler met teveel punten scoort niks.
Dit was voor iedereen het eerste spelletje, dus voor sommige kaarten waren direct de regels nodig om te zien wat ze doen. Die zijn allemaal vrij simpel, dus na een paar keer speelt het soepel door. Je tast eigenlijk altijd in het duister of je nog een goede kaart of een slechte zult draaien. Het is dus vaak de keuze maken tussen op safe spelen, gokken dat er nog een goede kaart voor jezelf komt of gewoon botweg zorgen dat een speler boven de 13 komt.
Zodra iemand wat punten heeft verzameld, wordt deze speler al snel het doelwit van de anderen. Dat is ook wel logisch, want iedereen heeft dan een collectieve pispaal en kan daarmee zijn eigen plusjes houden. Je kunt er dus uitliggen terwijl je zelf nog maar een beurt hebt gehad.
Peter Hein had de pech (of was het zijn rattenstreek van daarnet?) dat hij vaak de pispaal werd en maar weinig plusjes scoorde. Het was verder weer een theekransje van de dames, want ook Niek werd het licht in de ogen niet gegund. Uiteindelijk won Wendy, met meer dan vijf keer zoveel pluspunten als Peter Hein.
Een typisch best aardig kaartspelletje waar we al zoveel van kennen, was het algemene oordeel.
Uitslag: Wendy 16, Dagmar 12, Ilja 10, Niek 9, Peter Hein 3
Waardering: allen 3
|