| |||||||||||||||||||||||||||
| Klik op de volgende regel op de eerste letter van het spel waar je naar zoekt. | |||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||
| Spelverslag van Die Osterinsel | |||||||||||||||||||||||||||
Sessies: |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Spelers: Dagmar, Det, Niek en Wendy Omdat Bas, Frank en Wendy naar huis gingen, schoof Rob aan bij Dagmar, Niek en Det. Dagmar en Niek hadden Die Osterinsel meegenomen in de hoop dat voor het eerst te kunnen spelen. Rob en Det bleken het ook in de kast te hebben liggen en vonden het wel een waardige afzakker. In het spel moet je met je Paaseilandbeeld (plastic replica van ongeveer twintig centimeter) naar de overkant van het bord racen en weer terug. Dit doe je door middel van kaarten. Op deze kaarten staat een aantal stenen of een Paaseilandbeeld. Een actie bestaat altijd uit twee helften, namelijk lopen en stenen in de beelden stoppen. Je mag kiezen welke helft van de actie je kiest, de ander actie moet je dan verdelen over je tegenstanders. Tenslotte mag je ook nog het aantal afgebeelde stenen uit de algemene voorraad pakken en in je eigen voorraad leggen (waaruit je de stenen haalt die je in de beelden gooit). Als je het paaseilandkaartje trekt, mag je kiezen wat je doet, namelijk of lopen en stenen weggeven of de hele stenenvoorraad van een andere speler jatten. Zodra het eerste Paaseilandbeeld over de finish is, wordt gekeken wie van de nummer één en nummer twee de meest stenen heeft en die is dan de winnaar. Het is natuurlijk ondoenlijk om precies bij te houden hoeveel stenen er in elk beeld zitten. Daarom mag je altijd even voelen aan het beeld. De steentjes zijn echter niet allemaal even groot en daarom is het gewicht slechts een indicatie. Uitslag: Det 22, Niek 20 (Rob 34, Dagmar 17) |
|||||||||||||||||||||||||||
| terug naar boven |