startpagina terug naar Spel aan de Maas
Klik op de volgende regel op de eerste letter van het spel waar je naar zoekt.
1-9
Spelverslag van Where's Bob's hat?

Sessies:

2 november 2004
6 april 2004
27 mei 2003

2 november 2004

Spelers: Frank, Mike en Peter Hein

Dirk Jan moest vroeg op en ging weer naar huis. Peter Hein wist in Frank en Mike eindelijk weer eens medespelers voor Where’s Bob’s Hat te vinden, dat ze allebei niet kenden. Frank is wel bekend met het genre en had onlangs Die Sieben Siegel nog aangeschaft; Mike had zijn hele leven zelfs nog nooit een potje klaverjassen of hartenjagen gespeeld. De uitleg kostte dus ook wat meer tijd dan gewoonlijk, en eerst werd er een proefrondje gespeeld om Mike kennis te laten maken met het concept.
Vervolgens was niet te merken dat hij dit soort spellen niet eerder had gedaan. De eerste vier rondes stond hij alleen op kop, en moesten Frank en Peter Hein de grootste moeite doen om boven de nul punten te blijven. Mike had een voorkeur voor het bieden op de minste slagen. Als de andere spelers wel op kleuren bieden is dat een geen moeilijk doel , maar het levert pas na een aantal rondes punten op. Maar het bleek dus genoeg om Frank en Peter Hein, die elkaar erg dwarszaten, ruim voor te blijven.
Na de vijfde ronde was het Frank die op kop stond. Hij had een goede ronde gehad met 21 punten, terwijl Mike voor het eerst fors in de min scoorde. Peter Hein sloot ook aan met een score van 26 punten, maar omdat hij van ver kwam was zijn totale score nog bescheiden.
Net als Mike bleef Frank vier rondes op kop voor het afgelost werd, nu door Peter Hein. Die had twee beurten van 23 punten gemaakt en maakte daarmee een gat met de concurrentie. De laatste drie rondes waren zijn scores bescheiden. Mike scoorde deze laatste rondes twee keer zoveel punten, maar moest toch genoegen nemen met een tweede plaats. Frank kon geen vervolg geven aan zijn sterke spel halverwege het potje en bleef tamelijk ver achter. Dit drukte zijn waardering. Mike was na zijn eerste kennismaking met een slagenspel nog niet enthousiast. Peter Hein blijft het leuk vinden, maar het lijkt er op dat hij zoektocht naar medeliefhebbers nog even moet voortzetten.

Uitslag: Peter Hein 78, Mike 65, Frank 25
Waardering: Peter Hein 4, Frank en Mike 2

6 april 2004

Spelers: Bas, Hieke en Wendy

Na de treinen werd besloten tot een kaartspelletje. Where’s Bob’s Hat is een soort boerenbridge (ja alweer). Aan het begin van ieder ronde moet je gokken of je denkt van een bepaalde kleur de meeste kaarten te halen, van meerdere kleuren of in totaal het minst aantal kaarten. Iedere ronde krijg je één kaart meer. Als extraatje is nog de hoed van Bob toegevoegd. De deler van die ronde mag een +10 of – 10 kaart neerleggen. Op kaarten met de nummers 14 en 15 staat Bob’s hat. De speler die als laatste in die ronde en slag binnen haalt met een hoedje moet die kaart pakken. Hieke en Wendy kozen meestal een kleur. Bas koos de behoudende lijn en gokte continu op de minste kaarten. Al snel bleek dat het duiken van slagen makkelijker is dan het halen van slagen. Vooral omdat troeven niet verplicht is. Het spel is na vier ronden afgebroken om Willemien niet alleen als toeschouwer mee te laten doen. Niemand leek daar heel erg rouwig om te zijn overigens…

Uitslag: Bas 37, Wendy 5, Hieke 3
Waardering: Hieke en Wendy 2½, Bas 2

27 mei 2003

Spelers: Dagmar, Pascal en Peter Hein

Veilingmeesters had niet heel erg lang geduurd, dus was er nog de tijd voor een ander spel. Peter Hein had Where’s Bob’s Hat? meegenomen, dat hij nog niet eerder gespeeld had. In de veronderstelling dat het een niet al te lang spel was, was dit het volgende dat gespeeld werd. Where’s Bob’s Hat? is een kaartspelletje op traditionele leest, waarbij je slagen moet halen, en vooraf moet voorspellen van welke kleur je de meeste kaarten binnenhaalt, of juist dat je de minste slagen zult scoren. Het heeft dus lichte overeenkomsten met boerenbridge en varianten, maar is toch beduidend anders. De uitleg duurde langer dan verwacht, omdat Dagmar -onder meer tot frustratie van Niek- grote moeite heeft met de concepten van uitkomen, kleur bekennen, troeven, slagen halen en al die andere standaardelementen van traditionele kaartspellen. Na enige pogingen van de kant van Pascal en Peter Hein (en tips van Niek), werd er toch begonnen in de verwachting dat het na een paar rondjes wel duidelijk zou zijn. Na vier ronden lagen de scores redelijk dicht bij elkaar, dus dat leek wel goed te zitten. Sterker nog, ze had haar voorspelling vaker juist dan Pascal en Peter Hein. Na wat opstartproblemen begon Peter Hein het steeds meer door te krijgen, en voorspelde de rest van het spel zijn kleur goed, en was ook redelijk succesvol met Bob’s pet. Deze kaart, die plus of min tien punten waard is, is belangrijk voor het halen van goede scores. Alle spelers deden hun best hem te scoren of juist niet, maar soms gooiden kale kaarten wat roet in het eten. Pascal scoorde tegen het einde erg veel punten door telkens juist te voorspellen dat hij de minste slagen zou halen, wat steeds meer punten oplevert. De recordscore in enkele rondes was voor Dagmar (25 maar liefst), maar de eindoverwinning was voor Peter Hein, die redelijk constant had gescoord. Hij gaf het spel dus maar een hoge waardering, ook omdat hij kaartspellen in dit genre erg leuk vindt. Dagmar en Pascal waren een stuk minder enthousiast. Het spel had wel erg lang geduurd; inclusief uitleg zelfs langer dan Veilingmeesters.

Uitslag: Peter Hein 124, Pascal 76, Dagmar 71
Waardering: Peter Hein 4, Pascal 2½, Dagmar 2

terug naar boven