startpagina.
0-9 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Res Publica
Res Publica

Auteur: Reiner Knizia
Uitgever: Queen Games (1998)
Aantal spelers: vanaf 3 tot 5
Speelduur: 30 tot 45 minuten
Prijs: circa 15 euro
Soort: kaart


Het spel ...

Res Publica is een kaartspel over de ontwikkeling van de beschavingen in Europa. Dat klinkt veelbelovend, maar als dan blijkt dat Reiner Knizia de auteur is, zijn de verwachtingen minder hooggespannen. Hij staat niet echt bekend om zijn aansprekende thema’s, zeker niet waar het kaartspellen betreft. Zoals bij wel meer kaartspellen van zijn hand, is het ook in Res Publica weer de bedoeling om setjes te verzamelen. Deze setjes kaarten leveren punten op, en degene die aan het einde de meeste punten heeft, wint het spel.

Er zijn drie soorten kaarten: volkerenkaarten, beschavingskaarten en waarderingskaarten. De volkeren- en beschavingskaarten worden in dichte stapels neergelegd, de waarderingskaarten komen op twee open stapels: een met de nederzettingskaarten, die allemaal 3 punten waard zijn, en een met de stadskaarten. De stadskaarten lopen in waarde uiteen van 4 tot 9 punten. Deze kaarten worden op volgorde gelegd, met de stad van 9 punten bovenop.

Iedere speler start met 4 volkerenkaarten. Het is de bedoeling setjes van 5 dezelfde volkeren naar je toe te ruilen. Voor iedere set volkerenkaarten die je uitspeelt, krijg je een nederzetting. De nederzettingen zijn nodig om beschavingskaarten te krijgen. Dit ruilen gaat op een ietwat gekunstelde manier. Je mag alleen kaarten vragen óf aanbieden. Daarbij mag je maximaal twee verschillende kaarten noemen. Bijvoorbeeld: “Ik zoek 1 Longobard OF 2 Hunnen”, of: “Ik bied een Alchemie EN een Angelsaks”. Heb je om één of meer kaarten gevraagd, dan mogen alle andere spelers, indien zij deze kaarten hebben, een tegenverzoek doen. Heb je een aanbod gedaan, dan mogen alle andere spelers een tegenaanbod doen. Wil of kan een speler dit niet, dan mag hij passen. Als je wilt, mag je met een andere speler ruilen. Iedereen mag maar één keer een aanbod of verzoek doen, onderhandelen is er niet bij.

Is de eventuele ruil voltooid, dan mag je setjes van 5 gelijke kaarten uitspelen, als je die hebt. Een set volkerenkaarten levert een nederzetting op, voor een set beschavingskaarten krijg je de bovenste stad. Het is dus zaak om zo snel mogelijk aan beschavingskaarten te komen, want de steden worden alleen maar minder waard. Vervolgens mag je kaarten trekken: één volkerenkaart plus voor iedere nederzetting nog één beschavingskaart.

Het spel eindigt als de laatste beschavingskaart is getrokken. Er volgt dan nog een laatste ronde, waarin geruild mag worden. Iedereen die daarna nog setjes uit kan spelen, mag dat nog doen. Iedereen telt zijn punten van steden en nederzettingen op, plus één punt per setje van twee dezelfde kaarten die je nog in de hand hebt.

... en de waardering

Alle kaartspellen van Reiner Knizia draaien om het maken van setjes, maar Res Publica lijkt wel heel erg veel op kwartetten. Het ruilen doet een beetje gekunsteld aan, en is verre van flexibel. Net als bij een normaal kinderkwartet, helpt het bij dit kwartetten (eigenlijk kwintetten) voor volwassenen als je de kaarten trekt van de sets die je spaart. Wie daar het meest gelukkig in is, zal het spel meestal winnen. Het is niet een van Knizia’s slechtste kaartspellen, maar meer dan twee pionnen zitten er niet in. Het biedt gewoon te weinig speelvreugde.

2 pionnen
Peter Hein

terug naar boven