startpagina.
0-9 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Wongar
Wongar

Auteur: Alan Moon en Richard Borg
Uitgever: Goldsieber (2000)
Aantal spelers: vanaf 3 tot 5
Prijs: circa 35 euro
Soort: bord
Lees ook het Spelverslag


Het spel ...

Het eerste wat me opviel aan Wongar was de pachtige vormgeving. Dit spel zou je alleen al kunnen kopen om er naar te kijken. Zoals de doos direct al doet vermoeden, is het spel gesitueerd tussen de Australische Aboriginals. Al snel blijkt dat het thema weer eens helemaal niets met het spelsysteem te maken heeft, maar dat het spelverloop vrij abstract is.

Zoals ook San Marco, een ander spel waar Alan Moon co-auteur van is, is Wongar in zekere mate schatplichtig aan El Grande. Het bord is onderverdeeld in tien vakken, waar de spelers hun speelstenen (Tjurunga’s) in drie verschillende vormen kunnen plaatsen. Zo nu en dan komt het tot een waardering, en krijgt de speler met de meeste stenen van één soort punten.

In het begin plaatst iedere speler een aantal stenen op het bord. In de twee middelste vakken worden de figuren van de stamoudste en de voorvader geplaatst. Van deze figuren zijn ieder twee exemplaren. Eén speler neemt de tweede voorvaderfiguur, en begint het spel.

Op ieder vak ligt een stapel van vijftien gebiedskaarten, waarvan de bovenste wordt omgedraaid. Is een speler aan de beurt, dan mag hij één gebiedskaart kiezen en de bijbehorende actie uitvoeren. Dit kan inhouden dat hij extra Tjurunga’s op het bord mag plaatsen, ritueelkaarten mag pakken, of een van de beide figuren mag verplaatsen. In het laatste geval krijgt hij het tweede exemplaar van het betreffende figuur, wat voordelen oplevert bij de volgende ronde. Bovendien wordt er in het vak waarnaar de figuur verplaatst is een ceremonie gehouden. Dit houdt in dat per steensoort gekeken wordt welke speler daarvan de meeste in dat gebied heeft staan. Die speler krijgt een aantal punten, dat oploopt naarmate het spel vordert. Voor het zover is, mogen alle spelers die hier Tjurunga’s hebben staan, ritueelkaarten uitspelen om stenen van de tegenstanders te verdrijven of eigen stenen bij te plaatsen vanuit naburige gebieden.

Als alle spelers geweest zijn, wordt een nieuwe startspeler bepaald en begint de volgende ronde. Van de stapels waarvan een gebiedskaart gekozen werd, wordt de bovenste weer omgedraaid. Is dit een schorpioen, dan wordt de schorpioensteen op de schorpioenlijst een vakje doorgeschoven. Hoe verder de steen staat, des te meer punten de ceremonies opleveren. Als de steen het laatste vakje bereikt, is het spel afgelopen. Het spel eindigt ook als een stapeltje kaarten helemaal op is. In dat geval wordt de lopende ronde nog uitgespeeld. De speler die de meeste punten heeft verzameld, wint het spel.

... en de waardering

Laat ik het direct maar toegeven: ik heb een zwak voor spellen met het El Grande-principe van het verkrijgen van de meeste invloed in verschillende regio’s (om maar in El Grande termen te blijven). Wongar is ook zo’n spel, maar voelt een stuk abstracter aan dan El Grande. Een ander groot verschil is dat je de puntentellingen zelf afdwingt, zodat je vaak moet kiezen voor makkelijke punten nu of extra Tjurunga’s en ritueelkaarten om later misschien meer te scoren. De beste tactiek is nooit precies duidelijk, zodat je altijd lastige keuzes moet maken. Het spel kent een basis versie en een versie voor gevorderden. De basisvariant heeft echter enkele storende elementen, die de geluksfactor onnodig doen toenemen. Mijn advies is om direct met de gevorderde versie te beginnen. Zonder twijfel een van mijn favoriete spellen van de jaargang 2000!

4 pionnen
Peter Hein

terug naar boven