De jaarlijkse pelgrimstocht naar het spellenmekka in Essen zit er alweer bijna een week op, tijd dus voor een terugblik. Ik was gezegend met het leukst mogelijke gezelschap voor Spiel, namelijk mijn beide dochters. Donderdag en vrijdag waren we met z’n drieën, zaterdag was de vriend van de oudste ook van de partij. Aan het gezelschap zou het niet liggen, mijn bezoek was sowieso geslaagd.
In totaal speelden we samen ruim twintig nieuwe spellen (nieuw voor ons dan, sommige waren al eerder verschenen), maar ook moesten we regelmatig een rondje door de Artist Gallery in Hal 5 lopen. En uiteraard af en toe even pauzeren om van de gelegenheid gebruik te maken om de bijzondere beursbezoekers die je soms treft te fotograferen.
Niet alle spellen die we deden speelden we volledig tot het einde. Soms omdat we na een paar rondjes al een idee hadden, soms omdat de standhouder je maar beperkt de tijd gaf om het spel te doen. Andere beursbezoekers zijn immers ook benieuwd naar dat spel dat maar op een tafel beschikbaar is.

Het eerste spel dat we direct na binnenkomst deden was Ladybird. We kwamen binnen bij hal 5 en liepen er zo tegenaan. Omdat het op mijn lijstje stond en de tafel vrij was zag ik geen enkele reden om door te lopen. In Ladybird verzamel je kaarten met daarop verschillende soorten van de familie van lieveheersbeestjes. Je speelt vijf rondes, en in elke ronde krijg je er een actie bij. Aan het begin van een beurt speelt iedereen een kaart uit de hand, met daarop twee symbolen uit de levenscyclus van deze insecten. Speel je een volwassen exemplaar, dan neem je vervolgens een kaart met eitjes uit de voorraad in je hand, na de eitjes volgt de larve enzovoort. In latere rondes kun je ook bonuskaarten en tegels kopen voor nog meer opties en uiteindelijk probeer je met je verzameling zoveel mogelijk punten te scoren. Ladybird is een interessant setverzamelspel met wat meer toeters en bellen dan normaal. Ik zag de potentie, maar was na tweeënhalve ronde (toen moesten we weer plaatsmaken) nog niet helemaal overtuigd. Misschien wel als ik een hele partij had kunnen spelen, voor nu liet ik het liggen.

Iets verderop lag Slay the Spire uitgestald. Nadat het in de top-100 was verschenen was ik wel benieuwd, zeker omdat het een coöperatieve dungeoncrawler en deckbuilder is. Dan heb je mijn aandacht wel. Ook hier speelden we maar twee rondjes, maar ik was nog niet onder de indruk. Het kwam over als een kaartspel waarbij je simultaan kaarten speelt om kaarten met monsters te verslaan voordat ze jou veel schade doen. Misschien doe ik het spel geen recht na een proefpotje van nog geen tien minuten, maar ik zag nog niet in waarom een kaartspel in zo’n enorme doos van 120 euro moet zitten. Wat zit daar in vredesnaam nog meer in dan kaarten en wat fiches? Ik zou graag eens een hele partij spelen om mijn oordeel te herzien, nu was er niets dat me verleidde tot een impulsaankoop.

In Hal 2 waren een paar spellen die ik wilde proberen. De tafels van Fadenfroh waren telkens vol en ook bij Mythologies was geen plek. In dezelfde stand was wel een lege tafel van Roxane, dus gingen we daar maar zitten. Het is moeilijk om te reproduceren waar het hier nu om ging. De uitleg was zo abominabel dat alle lust om het te spelen ons verging. Met kaarten moet je dichtregels voor Roxane schrijven. Je mag meerdere acties per beurt doen, maar doe je er teveel dan geef je je identiteit prijs en dat kost punten (het mysterie is ervan af). Oh ja, je kunt ook nog steentjes naar Roxane gooien om haar aandacht te trekken want het plekje in het park waar ze uiteindelijk terecht komt bepaalt wat punten oplevert. Als je dit allemaal maar vaag vindt: zo voelden wij ons na de uitleg ook. Voor de vorm speelden we nog anderhalve ronde, maar toen de tafel Mythologies naast ons vrij leek te komen wisten we wat ons te doen stond.

Mythologies is meer het sort spel waar ik van houd. In verschillende rondes draft je kaarten die je op je bord van drie bij drie neerlegt. Iedere kaart heeft weer speciale eigenschappen en doet iets op basis van de plek in je raster waar die ligt. In het begin was het veel lezen van wat alle kaarten in het aanbod nu weer kunnen, maar gaandeweg kwam het tempo er meer in. Dit was echt zo’n spel waarbij je er halverwege achter komt dat je flink hebt zitten prutsen. Genoeg leerpotentie dus. Maar door de complexiteit en het feit dat ik al veel van dit soort kaartspellen heb liet ik het toch maar voor wat het was.

Het eerste spel dat we volledig uitspeelden was The Amazing Journey bij Horrible Guild. Een spel van mijn lijst, en bij deze uitgever hebben ze altijd wel interessante familiespellen. Dat bleek The Amazing Journey ook te zijn. Vrij naar het boek van Jules Verne heb je tachtig dagen om de wereld rond te reizen met verschillende vervoersmiddelen. Onderweg moet je verplicht twee pleisterplaatsen aandoen, en tussendoor doe je in verschillende steden bijzondere trips of haalt er souvenirs. Reizen kan met tickets of met het vervoer dat die dag beschikbaar is. Tickets kosten minder tijd, maar die moet je maar net in je hand hebben. We vonden dit alledrie een erg leuke logistieke puzzel en zo was de eerste aankoop van de beurs een feit.

Mijn dochters en ik houden alle drie wel van de kaartspelletjes van Oink. Bij de stand was een plekje vrij bij Eggsposed, dus dat doe je dan maar. Dit een spel met verborgen rollen, waarbij je tegels met daarop zwarte of witte vogels bekijkt en later omdraait. De spelers proberen uiteindelijk te zorgen dat er drie vogels in hun kleur open komen te liggen. Je weet alleen niet wie je teamgenoot is, dus je moet bluffen combineren met geheime aanwijzingen. Het ging me allemaal wat boven de pet en had geen idee hoe ik er achter kon komen wie mijn maatje was, en hoe ik de juiste tegels om kon draaien. Daarvoor was het een grote chaos van stiekem tegels bekijken en dan weer wisselen zonder dat iemand het ziet. Tegen het eind had ik nog steeds geen idee met wie ik in een team zat, of welke tegels nu wel of niet mijn kleur hadden. Het voelde allemaal wat zinloos, ik zag op geen enkele manier de charme. Suf.

Bij dezelfde uitgever wilde ik graag Loop 40 ook proberen, een klimspel waarbij de eerste kaart(en) die je speelt direct de laagste kaarten in de ronde zijn. Begin je met 12-13, dan is 10-11 de hoogst mogelijke combinatie, want de rangorde van de kaarten kent begin nog eind. Ik vond het zelf wel wat hebben, maar ik houd nu eenmaal van het genre. Vera en Elin hadden het na een rondje wel gezien. “We hebben al heel veel van dit soort spellen en dan doe ik veel liever Scout”. Tja, heel veel kon ik daar ook niet tegenin brengen.

De dag eindigde bij Kosmos, waar inmiddels wat ruimte was om een spel naar keuze te doen. Die viel op Cascadia: Alpine Lakes. Het gewone Cascadia spelen Elin en ik erg vaak, net als Akropolis. Net als in de laatste stapel je hier tegels, en dat vind ik zowel speltechnisch als visueel altijd erg bevredigend. Om het kort samen te vatten: dit is dus gewoon een driedimensionale versie van Cascadia, waar de tegels nu uit twee zeshoeken bestaan in plaats van een. Ook krijg je nu telkens wisselende punten voor de landschappen, en voor de dieren alleen als ze hoog genoeg zitten. Ook de bergmeren leveren punten op. Ik vond dit een leuke variant, maar met Cascadia al in de verzameling zag ik niet direct een reden om deze ook te hebben. Dat heeft het wel gemeen met Forest Shuffle of Everdell: alle varianten zijn eigenlijk leuk, maar eentje in de verzameling is genoeg.

Op de vrijdag wilde ik wat doelgerichter te werk gaan, te beginnen in Hal 6. Daar zaten veel spellen die ik graag wilde proberen, zoals Tag Team. Dat is een spel voor twee spelers, maar gelukkig kwam er een vierde nieuwsgierige speler langs en konden we gezamenlijk naar de uitleg luisteren. Tag Team zit in de familie van ‘oorlogje’-achtige spellen zoals bijvoorbeeld Cardia of Gosu X. Beide spelers hebben twee vechters met ieder een set kaarten, samen geschud in een deck. Je begint met twee kaarten en krijgt iedere beurt eentje bij uit je deck. Simultaan draai je een kaart om, en de twee betreffende karakters voeren dan hun acties uit. Vaak dat is vechten, maar soms ook een speciale eigenschap of een block op een verwachte aanval. Zo probeer je als eerste een van de twee karakters van te tegenstander knock-out te krijgen. Je moet een beetje inspelen op wat de andere speler doet, (Hmm, als jouw derde kaart een aanval is kan ik deze blokkeerkaart misschien ook wel op de derde positie leggen. Maar wat als jij dat vermoedt en daar ook een andere kaart tussen legt?), wat het spel een licht geheugen- en blufaspect geeft. Ik houd wel van dit soort spellen en wilde met Elin nog wel een tweede potje doen in de andere variant op de naastgelegen tafel. Aan de vriendelijke prijs kon het niet liggen, maar ik nam het toch maar niet mee. Ik denk namelijk niet dat ik veel mensen ken die dit spel willen spelen. Gelukkig staat het ook op BGA.

Blijkbaar duren twee potjes Tag Team ongeveer even lang als een potje Terraces of Kanoa, dat in de stand om de hoek beschikbaar was. Net toen we daar kwamen waren net drie tafels aan het afronden en konden we zo door. De uitlegger deed zijn best, maar het Franse accent was zo zwaar dat we regelmatig even moesten vragen of we het goed hadden begrepen. Gelukkig is dit geen complex spel. Om beurten leg je een grote tegel aan in het centrale bord, en bepaal je zo welke terreintegels je voor jouw persoonlijke bord krijgt. Die kun je aanleggen en stapelen zoals je wilt en als je een geïsoleerd veld creëert mag je daar een van je bouwwerken op plaatsen. Die leveren punten op en degene die als eerste acht van hetzelfde soort bouwwerk plaatst krijgt een monument als bonus. Wederom een leuk stapelspel, met een zwak punt: in je beurt kun je wel tot zes tegels krijgen en het is een heel gepuzzel om die zo slim mogelijk te plaatsen. Dan heb ik liever de elegantie van Akropolis, waar je telkens maar een tegel tegelijk plaatst. Hier zorgt dat gepuzzel voor veel gekreun, zowel van je eigen brein als van ongeduldige medespelers.

Bij Amigo was een flinke rij om een tafeltje te krijgen, maar die was al opgelost voor ik de kans kreeg ergens anders een tafel te vinden. Ik was het meest benieuwd naar Strange Creatures, maar om dat te kunnen spelen moesten we eerst door een potje Panika heen. Dit is wel iets voor liefhebbers van spellen als Skip-Bo of Skyjo, maar dan simpeler. Om beurten leggen de spelers een kaart af en tellen de waarde van die kaart op bij de totale waarde, die je bijhoudt op een app (jawel). Tot en met 20 is het veilig, vanaf dat punt kan de bom ieder moment barsten. De eerste keer schrokken we toch wel van die plotselinge explosie. Het was hersenloos en net lollig genoeg voor een tweede potje, maar ook mijn dochters zijn dit al ruim tien jaar ontgroeid. Misschien dat ik het ooit weer ga spelen als de cognitieve vaardigheden voldoende zijn verslechterd.

Strange Creatures was een heel ander beestje. Een slagenspel met deckbuilden, dan heb je mij wel te pakken hoor. En het was precies zo leuk als ik hoopte. Iedere speller begint met vijf startkaarten uit een set van vier kleuren met waarde 1 tot 6 (en een kleurloze kaart). Je moet kleur bekennen en de speler met de hoogste kaart krijgt punten. Alle andere spelers krijgen het voordeel dat op hun kaart staat afgebeeld. Meestal is dat geld, dat je kunt gebruiken om kaarten te kopen uit het open aanbod. Gekochte kaarten neem je in je hand en kun je de volgende slag al spelen. Een ronde eindigt als iemand geen kaarten in de hand meer heeft, waarna iedere speler de eerder gespeelde kaarten weer in de hand neemt. Net als in 3 Chapters houd je altijd je eigen kaart, of je de slag nu won of niet. Naarmate het spel vordert wordt het steeds belangijker om slagen te halen, want die leveren steeds meer punten op. Soms wil je een slag dus halen, een andere keer weer niet. Daar houd ik altijd erg van en ook Vera en Elin waren erg enthousiast. Dit was zeker het spel met de beste prijs-kwaliteitverhouding dat ik speelde (of kocht).

Daarna stond Fantastique op het programma. Dit spel viel direct op door de bijzonder mooi vormgegeven kaarten in de vorm van een waaier. Om beurten speel je een setje kaarten. De speler met de grootste set scoort de meeste punten, de speler met de hoogste kaart mag als eerste kaarten kiezen die je erbij krijgt voor de volgende ronde. Aan het eind is er een nog een wisselende bonus voor de kaarten in je hand. Fantastique is in een vloek en een zucht gespeeld. Heel vernieuwend is het allemaal niet en de geluksfactor is stevig. Maar in een eenvoudig familiespel mag dat. En de oogstrelende kaarten maken veel goed. Desondanks heb ik het niet meegenomen. Het wordt nog wel wat met mijn impulscontrole.

Bij Amigo sloten we af met een nog eenvoudiger spel, maar de titel verklapt het al een beetje. Unglaublich Einfach is zo simpel als het belooft. Om beurten neem je een kaart uit het open aanbod. Heb je al een kaart met die waarde, dan leg je beide kaarten op je scorestapel en leveren ze samen de waarde van die kaart in punten. Losse kaarten die je nog voor je hebt liggen leveren ook in hun eentje die waarde. Waarom zou je dan een paartje maken? Nou, omdat je maar vijf open kaarten voor je mag hebben liggen. Heb je dat al en kun je geen paartje maken, dan raak je alle open kaarten kwijt en eindigt het spel. Een niet onaangenaam push-your-luck spelletje, maar ook wel heel erg simpel dat je waarschijnlijk snel zat bent. Dan liever Flip 7.

Everdell Emerland stond op mijn lijstje van mogelijk interessante spellen, maar omdat het volgens de BGG-lijst alleen in Hal 3 te doen was leek het me onwaarschijnlijk dat ik het zou kunnen proberen. Tot mijn verrassing was het ook in hal 5 te spelen. Ook hier was het niet de bedoeling dat je een volledig spel zou spelen, maar omdat dat inclusief uitleg waarschijnlijk minimaal anderhalf uur zou duren was dat ook niet onze inzet. Hiervoor geldt een vergelijkbaar verhaal als voor Cascadia: Alpine Lakes. Emerland is voor 80 procent gewoon Everdell, met andere accenten en nieuwe ideeën. Vooral leuk zijn de helpers (kleine insectenmeeples) waarmee je op een bezet veld mag staan of die de opbrengt van onbezette velden verdubbelen. Ook het feit dat je wezens of gebouwen kunt opwaarderen voor nog betere effecten is leuk. Emerland was waarschijnlijk een van de leukste spellen die ik op de beurs speelde, maar omdat ik al drie varianten in de kast heb liggen liet ik deze even voor wat het was. Liefhebbers van Everdell zullen dit gegarandeerd een topspel vinden.

Rond dit moment kwamen we eerst Roger en Frank en daarna Dagmar tegen, die wel in was voor een spelletje. Bij Jolly Dutch waren veel tafels vrij en Jolly Christmas was een van de beschikbare spellen. Dit is een eenvoudig rasterspelletje, waarbij het raster de vorm heeft van een piramide, sorry kerstboom. Om beurten nemen de spelers een kaart en leggen die ergens in hun kerstboom. Op de onderste rij liggen vijf kaarten, daarboven vier enzovoort. De laatste kaart die je pakt is uiteraard de piek. Aan het begin zijn alle beschikbare pieken in het spel, wat je een zekere richting geeft welke kaarten je wel en niet wilt. Het spel gaf me een beetje het gevoel van Pondscape, maar dan wat eenvoudiger. Met meer spelers is de keuze aan kaarten groter en is het makkelijker je boom in te richten met een andere strategie dan je medespelers. Je zit elkaar minder in de weg dan met twee, dan is er waarschijnlijk meer strijd om het beperkte aantal kaarten. Opnieuw een spel dat ik niet meenam wegens genoeg vergelijkbare spellen, maar ik zou dit nog best eens willen doen.

Omdat mijn hele gezin verzot is op Got Five, dat we in korte tijd al tientallen keren gespeeld hebben, wilden we natuurlijk de uitbreiding graag spelen. Ghost blijkt een vrij kleine uitbreiding te zijn. Je hoogste en laagste tegel worden met een spookmantel bedekt, waardoor je kleur van die tegels niet precies weet. Dat maakt het iets moeilijker om de oplossing te vinden, maar dat is het dan ook wel. Dit lijkt me een prima manier om het spel te doen met minder ervaren spelers, maar als je het spel allemaal even goed kent is de uitgangssituatie weer hetzelfde. Het zou best kunnen dat de geluksfactor zelfs nog wat hoger wordt. Met een gelukkige beurt kun je door toeval ineens weten of je hoogste tegel nu rood of blauw is en dat geeft toch wel een voorsprong op de anderen. Ik betwijfel ik of ik de uitbreiding in huis ga halen als deze begin volgend jaar beschikbaar is. Overigens zou het me niets verbazen als Got Five volgend jaar de Spiel des Jahres wint.

Het laatste spel van de vrijdag was Buried Memories, nota bene in hal 3 (na 17:00 is de kans op een tafel net iets minder theoretisch). Alle drie vielen we voor de dromerige vormgeving. Het spel zelf was een beetje vlak. Je verzamelt tegels die op verschillende manieren punten opleveren en in je beurt mag je zoveel als je wil uit de doos nemen, waar ze door elkaar gehusseld liggen. Van sommige tegels zie je de achterkant met een van de spelerskleuren, op andere niet. Zodra je twee tegels hebt gepakt met dezelfde kleur ben je af en lever je alles in. Behalve de twee tegels met dezelfde kleur, die krijgt de betreffende speler als cadeau. Zodra iemand een bepaald aantal punten scoort is het voorbij. En dat is alles. Het spel is ontworpen als campaignspel, waardoor volgende spellen waarschijnlijk wel iets meer uitdaging bieden, maar ik was op basis van het eerste scenario niet overtuigd. Ik begin liever aan My Island.

Op zaterdag vertrekken we altijd weer ruim voor sluitingstijd, dus heel veel spellen worden er dan niet meer gespeeld. Aan het begin van de dag waren er nog tafeltjes vrij voor Fadenfroh, dat inmiddels hoog stond in de scoutinglijst van Fairplay. Dit is weer een verzamelspelletje, waarbij je borduurwerkjes maakt met verschillende achtergronden en patronen. Elke ronde leveren die op een wisselende manier punten op, een beetje zoals in Skye. We speelden twee rondjes, want moesten toen weer door. Dat was niet genoeg om al verslingerd te raken, zeker niet in een genre waarvan ik er al erg veel heb. Ik zag wel de potentie, dus ik sluit niet uit dat ik het nog wel eens koop. Maar niet dan nadat ik er een volledig potje op heb zitten.

De reden dat we eerder moesten stoppen lag in, jawel, Hal 3. Daar was net als vorig jaar A Wild Venture te spelen, maar dan moest je wel een tafel reserveren. Vera viel toen al als een blok voor de vormgeving en wilde het koste wat kost dit jaar opnieuw proberen. Elin en ik wilden het ook wel doen, dus boekten we twee tafeltjes (Lucas had eigenlijk geen keuze). A Wild Venture is het soort kaartspel waar ik erg van houd. In je beurt mag je twee keer een kaart spelen of activeren. Daarmee krijg je geld (om kaarten te kunnen spelen), trek je nieuwe kaarten of mag je met je poppetje op avontuur op het bord. Daar is weer van alles te halen. Met de kaarten scoor je op verschillende manieren punten, en dat vergt wel het nodige slimme spel. Ons tijdslot was niet voldoende om het uit te kunnen spelen, maar het spel liet wel een goede indruk achter. Vera kocht het direct, ik wachtte het zelf nog even af. Ik weet niet zeker of ik dit vaak op tafel ga krijgen, maar het knaagde wel. Als de Nederlandse editie binnenkort verschijnt ga ik misschien toch nog overstag.

Onze beursdag eindigde bij de stand van Huch en consorten. Daar speelden we eerst een rondje Panda Spin. Dat is alweer een paar jaar oud, maar de combinatie van een klimspel en Carl Chudyk maakte erg nieuwsgierig. Na een rondje wist ik het al: dit is een topper die ik bij mijn medeliefhebbers van Tai Pan probleemloos op tafel ga krijgen.

Een paar tafels verderop was er ruimte bij Ikebana, waarvan de vormgeving van de doos er op de BGG-lijst er voor mij al uitsprong. Die van de kaarten was zo mogelijk nog fraaier. Bloementekeningen in jugendstil met gouden opdruk, mooier wordt het niet snel. Het spel zelf was een alleraardigst verzamelspelletje. Je speelt de kaarten in setjes voor je, en mag er in Lost Cities-stijl alleen lagere kaarten voor of hogere kaarten achter leggen. Voldoet je setje aan een of meer van de scorekaarten, dan mag je het boekt afmaken en van al die opdrachten een schijfje nemen. Iedere schijf levert zoveel punten op als het aantal kaarten in je boeket. Je wilt dus zoveel mogelijk kaarten in een boeket spelen, maar als je te lang wacht kan het zijn dat anderen de opdracht al zo vaak gedaan hebben dat die niet meer beschikbaar is en je grote boeket ineens waardeloos is. Als het niet uitverkocht was, had ik dit zeker meegenomen. Er zaten Nederlandstalige regels bij, dus het zal snel genoeg hier overal beschikbaar zijn.

De uiteindelijke Essenbuit was geruststellen bescheiden. Als je tegen de 300 spellen hebt die je al met moeite allemaal op tafel krijgt word je vanzelf kritischer bij je aankopen. Die houding gold niet voor mijn duurste aanschaf: de resin tokens voor Kwakzalvers om de smoezelige kartonnen fiches te vervangen. De prijs blijft belachelijk, maar sinds ik er jaren geleden ooit eens mee speelde heeft het verlangen me niet losgelaten. Dat wordt genieten bij het volgende potje.
En de spellen van 2025?

De spellen die ik vorig jaar kocht bleken in de meeste gevallen succesvol. Capybara Cookie Club was thuis niet de hit waarvan ik hoopte dat het was en heeft de collectie verlaten. Een andere teleurstelling is The Last Droids, dat ik tot mijn verbazing na Spiel slechts een keer gespeeld heb. Ik blijf het proberen, want ik vond het echt leuk. Dewan, Kavango, Gardlings en Wolfwalkers heb ik allemaal regelmatig gespeeld en zijn blijvertjes. Ook Karakorum heeft de vijf potjes gehaald en blijft leuk. Moeilijkste spel is Gosu X. Dat is eigenlijk alleen leuk als beide spelers de decks een beetje kennen. Maar voordat je daar bent moet je wel wat tijd investeren. Online ken ik die mensen, in het echt leven helaas niet. Maar het is een uniek spel dat ik nergens goed mee kan vergelijken, dus het gaat nog even niet weg.

Thanks !
En de korte terugblik op 2025bis erg tof