Spiel 2024 zit er weer op. Ik heb me drie dagen ontzettend vermaakt op de beurs. Niet in de laatste plaats door alle spellen die ik heb uit kunnen proberen (al is dat nog maar een fractie van alles wat nieuw uitkwam). Ik ging bovendien, net als mijn spellenvrienden, niet met lege handen naar huis, dus thuis zijn er inmiddels ook nog een aantal nieuwe spellen op de tafel gekomen. In deze serie van blogjes zal ik mijn eerste indrukken van de nieuwe spellen die ik gedaan heb met jullie delen. En het goede nieuws: er zat maar één echt slecht spel bij (dat ik nog gekocht heb ook). Ik bespreek de spellen in alfabetische volgorde.

Amazonia Park was het zowel het eerste spel dat ik speelde op de beurs, maar is ook alfabetisch het eerste spel. Dat valt dus mooi samen. In dit spel ben je een fotograaf die dieren gaat fotograferen en die deze foto’s aan tijdschriften verkoopt. Iedere ronde plaats je in een raster een vierkante tegel. Je maakt vervolgens een foto van de dieren (en pakt de bijbehorende foto-fiches) die horizontaal en verticaal op de meest dichtbijl liggende tegels staan. Op de tegel die je legt staan zelf ook altijd dieren en daardoor verandert het bord de hele tijd. Bij het plaatsen van de tegel moet je dus niet alleen opletten op wat je zelf op de foto kan zetten, maar ook welke foto-mogelijkheden je de andere spelers daarna geeft. Als je genoeg foto’s van een bepaald dier hebt, dan kan je die inleveren (ze worden gepubliceerd in een tijdschrift). En de speler die als eerste in alle tijdschriften heeft gepubliceerd, wint het spel.
Amazonia Park is weer zo’n prachtig elegant spelletje van Reiner Knizia. De regels zijn simpel en daardoor speelt het heerlijk vlot weg, maar er is toch nog genoeg om over na te denken om het leuk te houden. Het heeft ook nog eens een leuk thema. Ik zou dit spel met alle plezier nog eens spelen. Maar ik heb het niet gekocht omdat ik in deze spellenzwaarte al wel genoeg spellen heb en deze (ondanks dat ik het echt leuk vond) niet bijzonder genoeg vond om zelf te hoeven hebben.

Wendy had Art Robbery mee naar huis genomen. Dit is een party-spel waarin alle spelers kunstdieven zijn die de buit verdelen en elkaar de schuld in de schoenen proberen te schuiven. In het midden van de tafel liggen een aantal fiches met daarop de buit (in verschillende waardes). Alle spelers hebben handkaarten en als je aan de beurt bent, dan speel je daar één van en pak je het bijbehorende fiche. Als het fiche al bij een andere speler ligt, dan pak je het gewoon af. Pas als het laatste fiche uit het midden gepakt is, is de ronde voorbij en kan je je punten tellen. Het is dan ook niet ongebruikelijk dat waardevolle stukken meerdere keren rond gaan voor ze bij hun onrechtmatige eigenaar terecht komen. Op sommige fiches staan ook nog stippen die aangeven of de eigenaar een goede verklaring heeft voor het bezit van dat stuk (een alibi). Na drie rondes is het spel afgelopen en de speler met het slechtste alibi verliest en van de andere spelers degene met de meeste buit wint.
Art Robbery is een prima party-game. Het speelt lekker vlot weg en er word veel gelachen om de keren dat iemand beteuterd kijkt als een net gejat kostbaar kunstwerk meteen weer door gaat naar de volgende speler. Het heeft allemaal niet heel veel om het lijf, maar dat is soms helemaal prima.

Camargue is het eerste spel op deze lijst dat me tegenviel. Het is een Carcassonne-achtige spelletje waarin je paden die door verschillende soorten landschappen lopen gaat aanleggen. Je hebt drie tegels in handen en één daarvan leg je aan. Je scoort dan net zo veel punten als het landschap groot is vermenigvuldigt met het aantal randen waar je net neergelegde tegel aan grenst. Er zijn nog een paar speciale tegels waarmee je mee kan liften op de punten van de andere spelers.
Ik vond Camargue niet zo leuk omdat het ongeveer zichzelf speelt. In de meeste beurten is het heel logisch welke tegel je op welke plek speelt omdat dat de combinatie is die de meeste punten oplevert. Het is ook niet heel lastig om te zien wat de meest waardevolle plek is dus ook daar zit de uitdaging niet. Maar heel af en toe hoef je heel even na te denken of kan je je afvragen of je nu die tegel zal leggen in de hoop dat dat ene plekje vrij blijft zodat je de volgende keer heel dik kan scoren. Maar 9 van de 10 beurten hoefde ik nergens over na te denken en dan is een spel wel een beetje saai.

Het tweede spel dat ik maar matig vond was Conic. Dit is een abstract spelletje van Knizia waarvan we een mooie houten versie speelden (die niet in Europa mocht worden verkocht omdat de uitgever daar de licentie niet voor had). Het bord bestaat uit een houten raster van vier bij vier. Alle spelers hebben een set met ronde fiches met daarop de waarde 0-9. Aan het begin wordt er een plekje aangewezen dat geveild wordt en dan kiezen alle spelers een fiche. Als je de nul biedt dan doe je die veiling niet mee en krijg je je fiche weer terug. En vervolgens wint de speler die het hoogte fiche bood de plek (en in geval van gelijkspel moet je nog een fiche bijleggen). Aan het eind van het spel is het hele bordje vol en worden alle rijen, kolommen en diagonalen gewaardeerd. Wie er de meeste fiches heeft liggen (en bij gelijk spel de hoogste waarde) scoort net zo veel punten als diegene er heeft liggen.
Zeker aan het begin van dit spel heb je geen idee wat de andere spelers gaan bieden en doet iedereen maar wat. Wat later in het spel krijg je iets meer grip op wat voor andere spelers logische zetten zijn (welke plekken ze graag willen hebben) en dan wordt het spel wel wat leuker. Maar overall had ik bij dit spel heel erg het gevoel dat ik maar een fiche koos en er iedere keer het beste van hoopte. Soms zat dat mee, soms tegen, maar veel invloed had ik er voor mijn gevoel niet op. Of te wel: ik liep hier niet warm voor.

Een tijdje terug was er op Boardgamegeek een verhitte discussie over de vraag of het spel The Dick Sits wel in de database opgenomen mocht worden of dat het weggestopt moest worden in een verketterd hoekje waar je niet per ongeluk terecht kon komen. Door alle commotie steeg het spel al snel tot grote hoogte in The Hotness waardoor het nog zichtbaarder werd, tot groot ongenoegen van de mensen die bang waren dat onschuldige kinderen geconfronteerd zouden worden met een cartoonesk plaatje van een piemel. Duitsers doen gelukkig niet zo moeilijk en dit spel was (terecht) op Spiel te spelen en iedereen die langs liep kon een blik werpen op de kaarten. In The Dick Sits ben je een kontje dat graag op zo veel mogelijk piemels wil gaan zitten. Als je aan de beurt bent dan draai je een kaart om en zie je welke piemel er in de aanbieding is. Er zijn grote, kleine, dikke, dunne, rechte, kromme, witte, zwarte, gladde en harige piemels (en vast nog veel meer variaties) en die hebben allemaal zo hun eigen Dickficulty (moeilijkheidsgraad). Als je de piemel wilt proberen, dan gooi je een dobbelsteen en tel je de waarde daarbij op, bij de waarde van je kontje. Als het getal gelijk of hoger is dan de waarde van de piemel, dan mag je de piemelkaart pakken en verhoog je de waarde van je kontje met één. Je kan door het uitspelen van bepaalde kaarten je eigen kansen nog verhogen (glijmiddel doet wonderen) en die van andere spelers verkleinen. En zo probeer je zo snel mogelijk een bepaald aantal piemels te verzamelen en wie dat lukt, wint het spel.
The Dick Sits is een partygame die het moet hebben van het thema dat veel ruimte biedt om flauwe grappen te maken over hoe sletterig de andere spelers zijn gebaseerd op welke piemels ze uitproberen en of het lukt. Ik heb me er een potje prima mee vermaakt. Het is wel het spel waarvan dat het toch een beetje van het shock-effect van het ongebruikelijke thema moet hebben in combinatie van de grappige getekende piemels. En dat heb je na een keertje waarschijnlijk wel gezien. Er zit te weinig diepgang in dit spel om het voor spellenliefhebbers lang leuk te houden. Maar datzelfde geldt ook voor spellen als Exploding Kittens en Cards against humanity en tot mijn verbazing blijven die spellen mateloos populair. Dus wie weet, is er ook een doelgroep die net zo veel lol heeft met The Dick Sits. Ik gun het de uitgever (Reroll Works) van harte omdat het bijdraagt aan tolerantie en inclusie in de spellenwereld en dat is vast her en der nog wel nodig gelet op de commotie die The Dick Sits op Boardgamegeek veroorzaakte. Maar om positief te eindigen: op Spiel zaten de tafels met Gay Sauna en The Dick Sits in de toch vrij expliciet aangeklede stand van Reroll Works constant vol. En dat lijkt me een goed teken over het de tolerantie van de gemiddelde Spiel-bezoeker.

En dan gaan we nu van op zijn hondjes naar een rondje met het hondje. In het spel Dog Park heb je je baan opgezegd omdat je niet langer de hele dag naar een beeldscherm wilt staren en ben je een hondenuitlaatservice gestart. Dog Park is een heel thematisch spel waarin iedere ronde een dag is. Je begint iedere dag met het werven van nieuwe klanten. Dat doe je met je reputatiepunten. En je biedt op een aantal openliggende honden. Sommige rassen zijn populairder in jouw wijk dan anderen en leveren daardoor meer punten op aan het eind van het spel als jij ze hebt mogen uitlaten. Verder kan je letten op welke speeltjes en hondensnacks de honden nodig hebben en of jij die hebt of er makkelijk aan kan komen. En ten slotte hebben sommige honden nog speciale eigenschappen. En daarna is het tijd om de harige lieverds uit te laten in het park. En daar kom je er achter dat je niet de enige uitlaatservice bent. Alle spelers lopen in een rijtje achter elkaar door het park heen. Op elk plekje in het park krijg je iets (een hondensnackje, een speeltje, etc.), maar als je op dezelfde plek stopt als een andere uitlaatservice dan kost je dat een reputatiepuntje. Na een weekje werken, wordt gekeken wie er in die week de beste reputatie heeft opgebouwd. Die krijg je door zo veel mogelijk honden uit te laten en door honden van de in jouw wijk populaire rassen uit te laten.
Mijn potje Dog Park was misschien wel het leukste potje dat ik op de beurs speelde. Dat kwam doordat het een leuk spel was, maar ook doordat we het met een hele leuke medespeler speelden en we ons alle drie lekker in het thema inleefden. We speelden de deluxe versie van het spel en die zag er super mooi uit met prachtige houten speelstukken en mooie kaarten met plaatjes van alle honden die uitgelaten moesten gaan worden. Ik vond het super leuk dat het mij lukte om de teckel uit te laten en liet de enge grote Duitse herder graag aan mijn collega’s. Ik heb het spel desondanks niet gekocht. Ik denk namelijk dat dit spel met twee minder leuk is (veilen is met twee toch minder leuk dan met meer spelers) en ik vrees ook een beetje voor de herspeelbaarheid (worden de dagen als hondenuitlater niet snel eentonig).





