1-6 spelers (vanaf 8 jaar)
40-60 minuten
Auteur: Robert Brouwer en Arjan van Houwelingen
Uitgever: Kapstok Producties (205)
Het spel…
Ik ben opgegroeid in Friesland. Op mijn achttiende lonkte de wijde wereld en ben ik vertrokken om te gaan studeren. En zoals het zo vaak gaat vond ik daarna een partner en baan in de regio waar ik was gaan wonen en kom ik sindsdien alleen nog voor familiebezoek in Friesland. Maar je kan het meisje wel uit Friesland halen, maar Friesland niet uit het meisje: ik heb nog steeds een zwak voor de provincie. Toen ik hoorde dat er een spel uitkwam waarin Friesland centraal staat, wist ik dan ook wat me te doen stond: hier met dat spel!
In Frysk ga je met vierkante landschapstegels je eigen provincie Friesland bouwen. Aan het begin van het spel trek je vier tegels uit een zak. Deze tegels leg je in een patroon naar keuze. En daarna volgen twaalf rondes waarin je aan het begin van je beurt een setje bestaand uit een tegel en een actiekaart kiest uit een rij met vijf setjes. Als je het eerste setje kiest dan kost je dat niets, maar voor ieder setje dat je niet wilt moet je er een blauw waterstaafje op leggen.
Vervolgens leg je de vierkante tegel aan en voer je de actie van je kaartje uit. Veel van de kaartjes laten je een eerder gelegde tegel omdraaien (ontginnen). Als je een tegel ontgint dan krijg je daar waterstaafjes als beloning voor. En met die waterstaafjes kan je vervolgens gebouwen, meren of stadsrechten kopen om. Natuurlijk kunnen deze alleen maar op ontgonnen gebieden gelegd worden. Ook mag je in je beurt één waterstaafje als waterweg in je raster leggen.
En zo bouw je in twaalf rondes je raster vol. Elk landschapstype levert vervolgens op een eigen manier punten op. Weides (de groene tegels) scoren bijvoorbeeld punten op basis van de langste rij die je hebt en kleigebieden (de gele tegels) scoren punten op basis van hoe groot de aaneengesloten groep klei-tegels is. De verschillende gebouwen en stadsrechten leveren een vast aantal punten op. Het lastigste puntje van de waardering zijn de meren. Die scoren 4 punten per stuk, plus één punt voor elk ander meer waar een meer mee verbonden is. Het complexe daarvan is dat elke waterweg maar voor één verbinding mag worden gebruikt. Je moet dus goed kijken hoe je je waterwegen bouwt om de meren optimaal te laten scoren.

Frysk gaat niet alleen over de provincie, maar stimuleert de spelers ook om daadwerkelijk naar Friesland toe te gaan. Bij 42 Friese musea kan je namelijk (gratis!) een scenariokaart voor dit spel ophalen. Op de scenariokaarten staat wat informatie over het museum en de regels voor het scenario. Voor sommige scenario’s zit zelfs al extra spelmateriaal in de doos om je nieuwsgierigheid aan te wakkeren.
…en de waardering
Ondanks mijn hebzucht was ik ook wel een beetje sceptisch over dit spel. Veel spellen die iets moeten promoten zijn vooral dat (een promotiemiddel) en stellen als spel teleur. Ik was dus positief verrast toen bleek dat Frysk een degelijk familiespelletje is waarin je lekker je rastertje aan het vol puzzelen bent. Je moet daarbij rekening houden met je voorraad blauwe staafjes omdat die als betaalmiddel fungeren in dit spel. In veel potjes wil je meer kopen dan je kan en dan is het ook nog slim om er wat achter de hand te houden om mee te kunnen betalen om een aantrekkelijker kaart/tegel-duo uit de rij te kunnen kopen.
Er zit wel een zekere geluksfactor in het spel doordat het helpt als er duo’s liggen waar je wat mee kan. Ik heb potjes meegemaakt waar dat voor de ene speler het geval was en de ander eigenlijk te vaak moest kiezen voor een duo waarvan of de kaart of de tegel goed uitkwam. Dat is dan wel een beetje zuur, maar gelukkig middelt het geluk zich meestal wel uit.
Maar wat ik het allerleukste aan dit spel vind zijn de gratis scenariokaarten die je bij de deelnemende musea kan ophalen (ook het spel zelf moet je trouwens bij een deelnemend museum kopen, dat kan eventueel ook online). Ik heb er al een paar verzameld (zelf en met hulp van mijn moeder) en het is grappig hoe met kleine veranderingen het spel telkens net even anders worden. En ik geef toe dat ik bovendien ook niet helemaal immuun ben voor het verzamelaspect. Een leuk neveneffect daarvan is dat je naar plaatsen gaat waar je anders niet zou komen. Ik zou nooit bedacht hebben om naar Museum Opsterlân in Gorredijk te gaan, maar nu ben ik er dus geweest (en het was nog leuk ook).





