Spiel 2021: de Spellen (Dagmar; deel 3/3)

Geplaatst door

Voorafgaand aan Spiel had ik de lijst op BGG doorgenomen en een selectie gemaakt van de spellen die me wel interessant leken. De ervaring leert dat je maar beter een brede selectie kan maken omdat de stands van populaire stands vaak snel vol zitten en het dus niet lukt op precies te plannen wat je kan spelen. Dit jaar is het me gelukt om verrassend veel spellen van mijn lijstje te spelen. Sommige daarvan voldeden aan mijn verwachting, andere vielen tegen. En daarnaast speelde ik natuurlijk nog soms opportunistisch een spel dat op het moment dat ik voorbij liep vrij kwam. In deze blogjes zal ik mijn eerste indrukken delen.

Die Knuffies  (The Fuzzies in het Engels) had ik al eerder dit jaar op Kickstarter voorbij zien komen en vond ik er fascinerend uit zien. Ik had het niet gebacked omdat ik verwachtte dat het spel ook wel in de reguliere verkoop zou gaan. En dat bleek dus te kloppen. In dit spel stop je allemaal kleine stoffen balletjes in een beker, je duwt de boel nog even goed aan met een soort deksel en dan stort je (als een cake of pudding) de berg bolletjes op de deksel. De spelers moeten vervolgens om de beurt een bolletje van een bepaalde kleur uit de stapel pakken en op een hoger niveau zetten. Dit mag met je vingers, maar je kan er ook een bijgeleverd pincetje voor gebruiken. Als je er voor zorgt dat er bolletjes vallen dan moet je in je volgende beurt rekening houden met bepaalde handicaps bij het pakken en plaatsen van een bolletje (denk bepaalde vingers gebruiken of een oogje dichtknijpen). Ik heb dit spel met veel plezier gespeeld. Ik vind het bijzonder hoe goed de bolletjes aan elkaar blijven kleven zonder dat ze bestaan uit klittenband of iets anders plakkerigs. Het is het soort spel waar je even aan wilt zitten als je het ziet staan. Ik heb het niet gekocht omdat Niek er wat minder enthousiast over was en als hij het niet wil spelen is de kans groot dat het spel niet op tafel komt.

Tulpenfieber is een spel met mooi Hollands thema, je moet namelijk tulpenvelden gaan aanleggen. Dit doe je niet met tulpenbollen, maar met dobbelstenen. Op een bordje staat wat voor worp je moet hebben om een tulpenveldfiche te mogen plaatsen. De bovenste rij van het bordje is makkelijk te vullen (daar heb je paartjes voor nodig), maar de lagere rijen zijn lastiger (trio’s, kwartetten tot zelfs vijflingen). Je mag dobbelstenen drie keer overgooien en daarna moet je het doen met je worp. Je kan gemaakte tulpenvelden verkopen om een keer extra te mogen dobbelen. Doel is als eerste de vierde rij vol te krijgen of een bepaalde combinatie van velden op de vijfde rij. Op zich ben je tijdens dit spel wel lekker aan het dobbelen en je kan altijd wel wat. Maar tegelijkertijd heb je er maar beperkt invloed op en is het spel dus vooral een geluksfeestje. Voor gelegenheidsspelers is dit misschien nog best aardig, maar ervaren spelers zullen hier weinig lol aan beleven.

Sinkansen: Zero Kei is een spel waarin je helpt om Tokyo voor te bereiden op de Olympische spelen van 1964 door een mooie metrolijn te bouwen waarmee de sporters en toeschouwers naar de verschillende locaties kunnen reizen waar gestreden gaat worden om de medailles. In je beurt mag je telkens een aantal acties (meestal 3) uitvoeren waarmee je helpt de plannen te realiseren. Denk aan het bouwen van een station, stukje spoor of reclame maken voor de olympische spelen. De acties die je mag uitvoeren staan op metrokaarten. Iedere speler begint met twee kaarten en iedere ronde krijg je er één bij. Als je de actie die op de metro van een andere speler staat wilt uitvoeren, dan moet je aan die speler betalen (als je een eigen actie doet betaal je aan de bank). De verschillende onderdelen van het spel komen bij de eindtelling bij elkaar. Dan worden de metrokaarten die je hebt gekozen gewaardeerd op basis van wat er is gebouwd. Dit zorgt er voor dat spelers een prikkel hebben om tijdens het spel bepaalde zaken te gaan bouwen. En als je weet dat het voor de andere spelers heel belangrijk is om een bepaald iets te bouwen, dan kan je van die kennis gebruik maken door het zelf te laten maar wel lekker te freeriden door een metrokaart te kiezen die aansluit bij de doelen van de anderen. We hebben op de beurs geen compleet spel gespeeld. Toen we een beetje een gevoel kregen bij het spel, hebben we een paar rondes geskipt en zijn we de eindronde gaan spelen. Zowel wij als de mensen waar we het spel mee speelden, vonden Shinkansen zo leuk dat we het eigenlijk wilden kopen. Er was alleen een probleempje: het spel was al uitverkocht. Maar er was ook een lichtpuntje: op zaterdag om 12 uur zouden de exemplaren die van te voren waren gereserveerd, maar die nog niet waren opgehaald, in de verkoop gaan. We speelden dit spel op zaterdag en waren rond half 12 klaar, of te wel precies op tijd om vooraan in een al snel langer wordende rij te gaan staan. En dus lukte het om een exemplaar te kopen en ging het spel mee naar huis.

Tiny Acrobats was een spel dat we speelden omdat toen we langs liepen er net een plekje vrij kwam. In dit spel krijg je elke ronde een aantal speelstukken (paard, olifant, mannetjes, schijfje, etc.) en een een aantal opdrachten over hoe je deze stukken moet plaatsen (olifant steunt op zijn slurf, mannetje op zijn hoofd met de schijf op zijn benen, paard op zijn rug, etc.). Vervolgens mag je lekker met de speelstukken gaan bouwen en proberen de opdrachten te vervullen. Als je het goed doet stapel je alles lekker op elkaar omdat je niet alleen punten scoort voor het aantal gerealiseerde opdrachten, maar ook nog punten voor hoe hoog je toren is geworden. Ik vond het idee leuker dan de uitvoering en dat kwam misschien wel doordat de speelstukken zo ontzettend klein zijn. Dat is met volwassen handen niet echt prettig spelen. Als alles groter was geweest, had ik het waarschijnlijk best leuk gevonden. Tijdens het spelen van spellen zit ik vaak met de speelstukken te spelen en ze te stapelen. Maar met dat priegel spul was ik vooral bezig om dat wat ik net gebouwd had niet meteen weer om te stoten en dat is toch weinig bevredigend.

Het laatste spel dat we op Spiel speelden was Trails, de opvolger van Parks die gebruik maakt van dezelfde artwork als Parks. Ook in dit spel ga je weer aan de wandel. Als je aan de beurt bent verplaats je je poppetje en voer je de actie uit van de tegel waar je op land. Je hebt tegels waar je grondstoffen mee krijgt, soms mag je ruilen, je kan een foto maken (levert punten op aan het eind van het spel) en bij het beginpunt en eindpunt van de wandeling kan je souvenir-kaarten kopen (bepaalde grondstoffen inleveren en de kaarten leveren punten op met soms nog een bonus). Het grote verschil tussen Trails en Parks is dat je in trails veel vaker over hetzelfde paadje heen en weer loopt en  het daardoor minder kostbaar is om vakken over te slaan. Iedere keer dat een speler aan het eind van het paadje komt wordt een zonnetje een vakje naar voren geschoven en wordt de tegel waar de zon eerst boven lag omgedraaid naar zijn nachtzijde. De nachtacties zijn beter dan de dagacties. Als de zon uiteindelijk helemaal onder is (de zon is aan de andere kant van het paadje terecht  gekomen), dan is het spel afgelopen en worden de punten geteld. Ik heb dit spelletje met veel plezier gespeeld. Het is net wat simpeler dan Parks (wat ook al geen ingewikkeld spel is) en speelde daardoor lekker vlot door. De artwork ziet er weer geweldig uit. Voor zo’n lekker tussendoortje hadden we nog wel een plekje in onze kofferbak over en dus mocht Trails mee naar huis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.