April was voor mij vooral een dure maand. Na een paar maanden onthouding kwam er weer wat nieuwe spellen in de kast en geen van alle waren die goedkoop. Een daarvan is alvast een groot succes, want Planet Unknown slaat erg goed aan. Een nog duurder spel dat ik kocht is tegelijk het leukste nieuwe spel dat ik deze maand speelde. Een keer spelen was genoeg om me over de streep te trekken.

Ik was al een tijdje erg nieuwsgierig naar Leven in de Amazone. Het leek me zelf wel wat, en misschien ook een spel dat ik thuis op tafel kan krijgen. Cascadia en Dominion zijn veelgespeelde spellen, dan moet het met deze liefdesbaby misschien ook wel lukken. Na een potje was ik overtuigd. Je begint met wat eenvoudige tegels in je zak, die je kunt gebruiken om verschillende zaken uit het aanbod te kopen: betere tegels, extra terreintegels en bomen, waterlelies en allerhande dieren om punten te scoren. Zelfs als dat niet helemaal goed gaat kun je altijd voor jezelf een mooi regenwoud opbouwen, wat al bevredigend genoeg is. In vergelijking met Cascadia wel wat topzwaar, maar misschien ook wel bevredigender. Ik vertrouw erop dat ik dat nog vaak ga spelen. De schitterende vormgeving is in ieder geval geen drempel.

Met Dagmar en Anton speelde ik 3 Witches, een slagenspel voor drie spelers. Ik dacht dat Zwitsers de eindbazen van de vreemde slagenspellen zijn (denk Cosmic Eidex), maar daarbuiten kunnen ze er ook wat van. Dit was een ervaring die zich niet eenvoudig na laat vertellen. Spelers bieden op hoeveel slagen ze halen en de winnaar (de hoofdheks, maar het kan ook anders heten) van het bod speelt tegen de andere twee. De hoofdheks komt telkens uit, de anderen moeten kleur bekennen. Maar omdat elke kleur maar een paar kaarten heeft kun je al snel niet bekennen en daar kunnen de andere twee handig gebruik van maken. Heel bijzonder allemaal, maar we hadden eigenlijk geen idee wat nu slim was om te doen. Het was wel snel voorbij.

Ik ben even kwijt hoeveel spellen er over de Beierse koning Ludwig en zijn kastelenfetisj zijn. Between Two Castles of Mad King Ludwig is in ieder geval een prima loot aan deze stam. De spelers draften tegels, waarbij je iedere beurt twee kiest, en die in beide kastelen aanlegt die tussen jou en je linker- en rechterbuur liggen. Je mag met elkaar overleggen waar welke tegels komen, om de waarde van het kasteel zo hoog mogelijk te maken. Uiteindelijk is je score gelijk aan die van je slechtste kasteel, dus je wilt dat wel een beetje evenwichtig doen. Met minder dan vier spelers lijkt met dit vrij saai, maar met zes is het alleraardigst. Dat je verder geen idee hebt wat er aan de overkant van de tafel allemaal gebeurt (en dat ook niet hoeft te weten) mag de pret niet drukken.

Ooit speelde ik op Spiel het kaartspel Gosu. Dat vond ik toen best interessant, maar net niet genoeg om mee te nemen. Toen ik afgelopen editie de opvolger Gosu X tegen een afbraakprijs zag liggen mocht deze mee, en nu kwam het dan eindelijk op tafel. De regels zijn erg kort, in een bladzijde of vier is dit uitgelegd. Maar mensen wat is dit een complex spel. Elke speler speelt met drie decks (uit een totaal van acht) en bouwt daar een tableau mee op. Maar ieder deck heeft zijn speciale regels en eigenschappen die van alles doen. Als je die niet kent en gewoon begint te spelen moet je het spel voortdurend onderbreken om weer even de begrippenlijst erop na te slaan. Mijn eerst potje was dus een wat verwarrende ervaring. Maar omdat ik een zwak heb voor dit soort spellen (het deed me wel wat aan Blue Moon en Innovation denken) was ik ook geïntrigeerd. Maar zoals dat wel vaker gaat met echte Peter Hein-spellen: mijn reguliere spellenpartners zien dat toch iets anders.

Een ander leuk tweepersoonsspel is Het Witte kasteel duel. Het oorspronkelijke spel vind ik ook erg leuk, maar heeft een flinke instap. Beginnende spelers zijn volstrekt kansloos tegen iemand die het al kent, het kost een paar potjes om het wat te doorgronden. Dat is bij deze versie misschien ook wel zo, maar omdat Roger en ik allebei weinig ervaring hadden konden we rustig aanrommelen. Het gegeven is interessant. Eerst zet je om beurten je zes speelstukken in om bepaalde acties uit te voeren, daarna haal je ze weer een voor een terug voor dezelfde acties. Maar je mag best speelstukken terugnemen die de ander ooit ingezet heeft. Dat heen-en-weermechanisme geeft een interessante dynamiek. Nog meer dan in het bordspel zijn geld en grondstoffen hier ontzettend schaars, dus enige neiging tot zelfkastijding helpt bij het speelplezier.
Planet Unknow, een soort geavanceerd Patchwork in de ruimte, is hier thuis een groot succes. We hebben alleen nog maar de basisplaneet en -bedrijf gespeeld, zonder persoonlijke doelen en gebeurtenissen. Er staat ons nog heel wat variatie te wachten. En omdat ik de Deluxe editie kocht nog wat extra’s, plus de mogelijkheid de doos op z’n kant te bewaren zonder dat je elke potje eerst alle tetrisstukjes weer moet uitzoeken. Ook speelde ik voor het eerst het tweede deck van Cardia. Ik begin dat spelletje steeds meer te waarderen.

