De afgelopen maand was een prima spellenmaand door meerdere spellendagjes. In totaal kwamen er 83 keer een spel op tafel en daar zaten 33 spellen tussen die ik dit jaar nog niet gespeeld had. Ik probeer dit jaar zo veel mogelijk verschillende spellen te spelen (ik mik op 365 verschillende spellen, maar dat is wel een tikje ambitieus). Ik trek daardoor spellen uit de kast die ik anders had laten staan. Normaliter pak ik toch vaak spellen die of heel nieuw zijn of die ik kan spelen zonder de regels te hoeven lezen. Maar nu kijk ik dus eerst welke spellen ik dit jaar nog niet gespeeld heb en neem daarbij op de koop toe dat ik de regels moet lezen. Hierdoor verschijnen er spellen op tafel die er jaren niet op hebben gestaan, zoals Mississippi Queen, Finstere Flure, Corinth, Glen More, Potion Explotion en Kingdom Builder. En dat is geen straf. Veel oude spellen zijn echt nog heel erg de moeite van het spelen waard. Ik ben te nieuwsgierig om de nieuwe spellen te weerstaan, maar eigenlijk zou ik zonder kunnen. Er staat zo veel leuks in mijn kast dat het verdiend om vaker gespeeld te worden dan dat het wordt.

Een van de oudjes die deze maand ook weer op tafel kwam is My City (lees hier de recensie), mede getriggerd door het eindelijk in het Nederlands verschijnen van My Island. Ik had een paar jaar geleden de moed al opgegeven dat My Island (lees hier de recensie) nog in het Nederlands zou verschijnen en heb toen een Engelse versie gekocht en met veel plezier gespeeld. Ik zou My Island best een tweede keer willen spelen, maar voor ik daar aan begin wil ik eerst het nog iets oudere My City nog eens doen. Officieel kan je daar de campagne maar één keer van spelen (ook als je met zijn tweeën bent), maar met wat kleine aanpassingen moet het denk ik wel lukken. We hebben de eerste vijftien potjes gebinged en dat gaat in ieder geval prima, we hebben maar een keer iets hoeven aanpassen My City is echt een leuk puzzelspelletje waar ieder potje net even anders is.
Tussen de 33 spellen die ik deze maand voor het eerst speelde zaten er zes die ik nog nooit had gegaan. Over Emberleaf scheef ik al een recensie (lees hier), dus die sla ik in dit overzicht over. De overige spellen bespreek ik in alfabetische volgorde.

Ik houd van slagenspelletjes en wil in dat genre nog wel eens een gokje wagen. 3 Witches is zo’n exotisch slagenspelletje. Het is een spel voor exact drie spelers. De spelers krijgen een aantal kaarten en moeten daarna bieden hoeveel slagen ze denken binnen te halen met een minimum van drie kaarten. Wie dan het hoogste biedt mag het in zijn eentje als hoofdheks tegen de twee andere opnemen. Het bijzondere van dit spel is dat het een strijd is wie het hoogste duo van kaarten speelt. De hoofdheks speelt een open en een dichte kaart. De open kaart bepaalt welke kleur de andere twee spelers moeten spelen (en als ze niet kunnen volgen, zijn ze natuurlijk vrij om te spelen wat ze willen). Vervolgens bepalen de twee gespeelde kaarten samen de kracht van de slag (dezelfde kleur of hetzelfde getal is sterker dan verschillende kleuren en getallen). Ik speelde dit spelletje samen met ervaren slagenspelers Anton en Peter Hein. Het was bij vlagen vermakelijk, maar het was ook wat ongrijpbaar. Het is echt lastig om de kracht van je kaarten in te schatten. Ik zou dit het grote publiek niet aanraden, maar voor ervaren spelers die eens wat exotisch willen is dit best een aardigheidje om een keer te proberen.

In Burger Slam moet je burgers gaan flippen. De spelers gooien om de beurt een kaart met daarop een ingrediënt van een burger op de centrale stapel (denk vlees, tomaat, kaas). Zodra je denkt dat de hamburger af, mep je op het houten hamburger broodje en zeg je of het een gewone of een super hambuger (met extra veel ingrediënten van een soort is). De andere spelers mogen je nog challengen. Als dat gebeurt dan krijgt de speler die ongelijk heeft de stapel met ingrediëntkaarten. Het spel is afgelopen als iemand al zijn kaarten weggespeeld heeft. En dat is meteen het manco van dit spel. Als mensen fouten maken, dan kunnen de kaarten vaak terug komen en dan duurt dit spel te lang. Verder is het een beetje standaard memory/reactie-spelletje. Best aardig, maar niets bijzonders.

Cozy Stickerville is zo’n spel waarvan je je kan afvragen of het een spel is of een aangename bezigheid. Ik neig naar het laatste, maar omdat het in de spellenwinkel wordt verkocht, bespreek ik hem toch. Ik speel het spel in mijn eentje, maar je kan het ook coöperatief met meerdere spelers doen. Het is een verhalend spel waarin je een jongeman bent die een stukje land krijgt en dat gaat ontwikkelen. Aan het begin van het spel heb je nog niet meer dan een simpel huisje met wat bomen (voor fruit en hout). Elke beurt draai je eerst een kaart open waarop je een stukje verhaal leest, waarna je een keus moet maken. Denk aan een verhaal over mensen die bij je aankloppen en graag op je land willen komen wonen. Sta je dat toe of niet. Afhankelijk van wat je kiest lees je nog een stukje tekst en moet je vaak met stickers aan de slag om je keus op het bord te verwerken. Daarna heb je nog een vrije actie waarmee je locaties op het bord kan bezoeken (nummers verwijzen je dan naar de juiste stukjes tekst in een boek) of bijvoorbeeld hout kan gaan hakken. Dat hout kan je dan later weer gebruiken om bijvoorbeeld een nieuw gebouw te bouwen. Ik heb nu de eerste twee sessies van het spel gespeeld en heb me daar best mee vermaakt. Het voelt een beetje als een “choose your own adventure” book. Maar dan met een bord waarop je je gemeenschap ziet ontstaan door middel van de stickers die je op basis van je keuzes moet plakken.

In Planet Unknown ga je een planeet ontwikkelen met tetris-stukken. Het bijzondere van dit spel is de manier waarop de tetris-stukken worden verdeeld. De stukken liggen in een draaischijf (lazy susan in het Engels). De actieve speler kiest een segment van de schijf door de schijf zo te draaien dat hij voor de actieve speler staat en kiest daarna een speelstuk uit dit segment. De andere spelers kiezen dan een stukje uit het segment dat voor hun neus is geëindigd. Dit stuk bouw je vervolgens op je planeet. Elk stukje heeft ook een kleur en op een apart bordje houd je bij hoe vaak je een bepaalde kleur hebt gekozen. Op elk kleurenspoor staan bonusjes die je krijgt als je over dat vakje heen gaat. Het spel is afgelopen als iemand geen stuk meer kan plaatsen. Je scoort dan punten op basis van je plekjes op de sporen en voor alle rijen en kolommen op de planeet die helemaal vol zijn. Ik houd wel van tetris-achtige-puzzelspelletjes en ik heb Planet Unknown dan ook met veel plezier gespeeld. Jammer dat het spel zo’n onaantrekkelijk sci fy uiterlijk heeft, als het nou iets vrolijkers was geweest dan had ik het meteen in huis gehaald.

In Tiny Turbo Cars ga je met een op afstand bestuurbare speelgoedauto door huis heen racen. Natuurlijk staat er van alles in de weg waar je niet tegenaan wil botsen en zijn er natte plekken waar je lelijk op kan spinnen. Het aansturen van je autootje doe je met een console die verdacht veel lijkt op de schuifpuzzelspelletjes die ik als kind heb gedaan (je weet wel, die puzzeltjes waar je vakjes zo moet schuiven dat het plaatje weer klopt). Op de vakjes op de console staan de verschillende commando’s die je kan geven. De twee middelste rijen commando’s worden uitgevoerd. Het loont om snel je knoppen goed te hebben staan, want dan mag je als eerste rijden. Maar haastige spoed is zelden goed en leidt vaak tot foutjes waardoor je hele planning in de soep loopt. Ik vond Tiny Turbo Cars verrassend leuk en origineel. Het is een leuke uitdaging om onder druk je console zo te programmeren dat je een lekker stuk naar voren komt. En daarbij gaat regelmatig iets mis, dat is balen, maar vaak ook hilarisch.

