November was dankzij een paar spellendagen/avonden een prima maand. Er kwam uiteindelijk 64 keer een spel op tafel en daar zaten twaalf nieuwe tussen. Ik bespreek ze zo in alfabetische volgorde.
Maar voor ik daaraan begin wil ik het eerst hebben over een hoogtepunt van deze maand, namelijk ons bezoek aan de pop up spellenwinkel/café van De Spelletjesvrienden in Zevenaar. Niek en ik waren in de buurt en besloten er langs te gaan. Ik had van te voren op hun website gekeken of ik nog een tafeltje kon reserveren, maar dat lukte helaas niet meer. Maar toen we binnen kwamen bleek er toch plek. Gastvrouw Sonja vertelde dat het reserveringssysteem nog wat hickups heeft en raadde aan om een volgende keer even van te voren een mailtje te sturen. We kregen een fijne tafel toegewezen, we bestelden een drankje en kozen daarna een spel uit de grote spellencollectie. We gingen natuurlijk voor een spel van DSV Games (de eigen uitgever van de spelletjesvrienden), namelijk Aquaria. We kregen van Sonja de opdracht om het spel zelf even klaar te zetten op basis van de uitleg in het boekje. En voor we daar klaar mee waren kwam Michiel ons vervolgens het spel uitleggen. Hij vertelde dat hij het spel ook op het Spellenspektakel al een flink aantal keer had uitgelegd en dat was te merken. Aquarium is best een complex spel, maar hij gaf een heldere en volledige uitleg. Dat heb ik wel eens anders mee gemaakt. We hebben tijdens het spelen nog een keer een lekkere tosti besteld. En na ons potje Aquaria speelden we ook nog een potje Pondscape, na wederom een fantastisch goede uitleg. Wat ik van deze beide spellen vond, lees je verderop in dit blog, maar ik kan vast verklappen dat ze allebei mee naar huis gingen. Ik vind het echt jammer dat ik niet dichterbij Zevenaar woon, ik was graag vaste gast geworden in dit ontzettend leuke bordspellencafé. Het is hier echt goed toeven als spellenliefhebber. De tafels staan niet te dicht op elkaar, de temperatuur is aangenaam en de lucht is fris, het is gezellig druk, er is een flinke collectie met interessante spellen om te spelen en een groot deel daarvan kan door het aanwezige personeel desgewenst worden uitgelegd. En op de terugweg naar de uitgang loop je door het winkelgedeelte. Wat wil je nog meer! Als je in de gelegenheid bent om langs te gaan, dan zou ik dat zeker even doen.






Aquaria is een puntensalade die je bereid in een zelf in te richten aquarium. Het spel bestaat uit een vast aantal rondes waarin je vier beurten krijgt waarin je verschillende acties mag uitvoeren. Deze acties staan afgebeeld op de velden van een speciaal actiebordje. Je kiest een veld uit en voert daar de bijbehorende actie uit. Als je er nog wat parels bij inlevert, dan mag je een sterkere variant van de gekozen actie doen. En als je een actie kiest die op een veld staat naast het veld dat je de eerste keer koos, dan krijg je nog een bonusje. Op deze manier verzamel je bijvoorbeeld voer, zuurstof en kaarten met plantjes, koraal en natuurlijk vissen. Met een andere actie mag je de kaarten in je aquarium plaatsen en de actie uitvoeren die op de kaart staat. En dat is vaak dat je een draai mag geven aan de mysterieuze knoppen die op de rand van je aquarium hebt staan en als die aan het eind van de ronde dan op de juiste plek (aangegeven met een kleur staan), dan levert dat ook weer een bonus op. Aan het eind van het spel worden de verschillende elementen van je aquarium (en nog wat andere dingen) gewaardeerd en wie dan de meeste punten heeft, wint. Aquaria is een pittig spel waarin je het eerste potje vooral aan het ontdekken bent hoe alles werkt en in elkaar grijpt. Het spel was helaas niet zo thematisch als ik had gehoopt (als je je vissen geen eten geeft, gaan ze niet dood, maar worden ze alleen zo saggerijnig dat ze je minpunten opleveren), maar ik heb me er desondanks prima mee vermaakt. Je wilt altijd meer dan je kan en dat maakt de uitdaging interessant. Ik kijk uit naar mijn volgende potje waarin ik het helemaal anders kan gaan doen.

In Arschmallows staan er op de kaarten rondkontige marshmallows. In het Duits is een kont een Arsch en zo komt het spelletje Arschmallows aan zijn naam. Ik vreesde met zo’n naam iets heel platvloers, maar dat viel gelukkig mee. Het zijn maar gewoon plaatjes, de billen spelen verder geen rol in het spel. In dit spel moet je proberen zo min mogelijk punten te halen. Alle spelers krijgen een raster van drie bij drie kaarten voor zich te liggen. Als je aan de beurt bent mag je een kaart pakken (de bovenste van de aflegstapel of de bovenste van de trekstapel). Deze kaart bekijk je en daarna beslis je of je hem wil houden of niet. Als je hem wil houden dan leg je een kaart uit je raster af en leg je de kaart die je pakte daar neer. Of als je de kaart niet wil houden dan draai je een kaart uit je raster om. Er zitten ook nog wat actiekaarten in het spel en als je drie keer hetzelfde getal voor je hebt liggen, dan mag je die kaarten afleggen en vervangen door één kaart. En zo speel je tot iemand denkt de laagste score te hebben. Iedereen draait dan zijn resterende kaarten open en telt de punten. Arschmallows lijkt me typsich een spel dat geliefd kan zijn bij mensen die verder niet zo veel spellen doen, maar die bijvoorbeeld ook Uno of pesten spelen. Mijn ding was het niet zo. Ik vond het niet vervelend om het spel te doen, maar er sloeg geen vonk over.

Badass Bunnies is een push your luck deckbuilder waarin je moet proberen zo snel mogelijk tien konijnen in een beurt op tafel te krijgen. Je begint met een hand met wat konijnen, wortels en een paar vossen. Je draait kaart voor kaart open, net zo lang tot je stopt of een tweede vos opendraait. Als je op tijd stopt (lees: als er maximaal één vos ligt) dan mag je voor de wortelwaarde op de gespeelde kaarten een nieuwe kaart kopen. Maar als je een tweede vos had opengedraaid, dan mag je niet shoppen maar krijg je in plaats daarvan een slapende vos kaart. Die wil je liever niet, al is de schade niet heel groot. Je hoeft hem namelijk niet in je hand te stoppen. En sterker nog: als je een tweede krijgt, dan mag je die beide kaarten afleggen om een van de andere spelers een extra vos te geven. Maar liever koop je goede kaarten er bij. De leukste kaart die je kan kopen is die met een verliefd setje. Niet alleen tellen die voor twee konijnen, ook krijgen ze iedere keer dat je ze speelt een baby. Badass Bunnies is een licht spelletje, maar wel een leuk spelletje. Doordat de verschillende kaarten die je als upgrade kan kopen, verschillende eigenschappen hebben, valt er wat te variëren in je aanpak. Het push your luck komt in het spel als je al één vols hebt liggen en je nog net niet hebt wat je wil. Durf je dan nog een kaart te draaien of speel je op zeker. Dat levert toch ook altijd wat spanning en dus speelplezier op. Dit lijkt me dus een prima spelletje om nog snel even in huis te halen als je nog een schoencadeautje nodig hebt.

Na drie uitbreidingen verscheen er een geheel nieuwe variant van het populaire kaartspel Forest Shuffle. In Forest Shuffle: Dartmoor mag je aan de slag met het bouwen van een heidegebied. En als je Forest Shuffle kent, dan kan je bijna meteen gewoon gaan spelen. Er is maar één soort kaart die echt uitleg behoeft. In plaats van een boom-kaart kan je als startkaart ook een heide-kaart spelen. Deze kaart leg je in de breedte neer (net als je grot) en er kunnen twee kaarten onder en twee kaarten boven worden gebouwd op de gebruikelijke manier (en dus geen kaarten links en rechts). Verder zijn er natuurlijk allemaal nieuwe plantjes, bomen, vogels, insecten en alle andere beesten met allemaal hun eigen manieren om punten te scoren. En daar zit de fun in deze variant: je bent op onbekend terrein en moet weer op zoek naar de nieuwe combinaties die je kunt maken uit het beschikbare aanbod. Ik heb dat met heel veel plezier gedaan, maar kan me ook heel goed voorstellen dat mensen deze uitbreiding meer van hetzelfde vinden en hem daarom links laten liggen. Er is namelijk in dit spel niet echt iets nieuws onder de zon.

In Kingdom Crossing moet je punten gaan verzamelen door slim over de bruggen van een paar eilanden te lopen. Als je het eenmaal door hebt, is het helemaal geen moeilijk spel, maar alle opties van wat er te doen is op die eilanden maken het de eerste keer toch een beetje complex. In je beurt kies je hoeveel bruggen je over wil lopen en vervolgens loop je daarmee naar een eiland toe en voer je daar een actie uit van een kaart die er ligt. De catch is dat je elke ronde maar één keer over elke brug mag lopen. Je moet dus een beetje plannen hoe je gaat lopen om te voorkomen dat je in latere beurten in een ronde klem komt te zitten. Al is daar ook een oplossing voor: je kan (tegen betaling) een ritje in een luchtballon maken. Je verzamelt zo van alles en dat levert op weer allemaal verschillende manieren punten op (inderdaad, Kingdom Crossing is een onvervalste puntensalade). Wat ik wel een beetje verwarrend vind is dat je primaire bouwstoffen als steen en hout verzameld, maar dat je daar verder niets mee doet (behalve waarderen aan het eind van het spel). Als ze daar diamanten, parels en goud van hadden gemaakt, dan had ik het thematisch beter gesnapt. Nu bleef ik me lang afvragen wat ik nou met die grondstoffen moest, pas in de tweede helft van het spel viel het kwartje dat het antwoord niets was. Ik heb het Kingdom Crossing met plezier gespeeld. Het ziet er leuk uit, je bent lekker bezig en je kan eigenlijk altijd wel wat leuks. Tegelijkertijd zijn er zo veel van dit soort puntensalades op de markt dat ik er niet meteen hebzucht van kreeg.. Maar ik zou het oprecht met heel veel plezier nog eens willen spelen.

De nieuwe Belgische uitgever Time Fades Away heeft recent het dobbelspelletje Lokaas (Lure in het Engels / Köder in het Duits) uitgebracht. In dit spel gaan alle spelers proberen vissen te vangen met dobbelstenen. Elke ronde worden een aantal viskaarten opengedraaid. Op elke vis staat wat nodig is om hem te vangen (bijvoorbeeld de som van de dobbelstenen moet hoger zijn dan 15 en daarbij moet een vier zitten). De spelers kiezen in het geheim hoeveel dobbelstenen ze willen inzetten. De speler die de minste dobbelstenen inzet, mag als eerste proberen de vissen te vangen. En daarna de speler die de op een na minste dobbelstenen heeft ingezet, etc. Ik vond dit best een leuk spelletje, het was alleen verschrikkelijk jammer dat ik zo beroerd gooide dat ik continu achter het net viste. Zo gaat dat soms met dobbelstenen. Het drukte mijn pret gelukkig niet. Lokaas is een leuk tussendoortje, ik zou het gerust nog eens willen spelen.

Ik ben geen solo-speler en dat heft als nadeel dat ik om een spel te spelen mensen moet vinden die het met me willen spelen. Dat is geen probleem voor veel spellen die niet-coöperatief zijn en met twee spelers te doen zijn. Maar voor spellen die niet aan dit criterium voldoen, is het soms een uitdaging. En zo stond The Lord of the Rings: The Fellowship of the Ring – Trick Taking Game (lees hier de recensie van Peter Hein) al een behoorlijke tijd in de kast te wachten op het moment dat de sterren op een lijn zouden komen te staan zodat ik dit spel eindelijk kon spelen. Dat moment brak deze maand aan op de spellenavond van mijn werk. The Lord of the Rings: The Fellowship of the Ring – Trick Taking Game is een coöperatief slagenspel waarin je iedere ronde een karakter uit de Lord of the Rings wereld speelt die een bepaalde opdracht moet vervullen (bepaalde kaarten winnen in een slag, op een bepaald moment slagen halen, etc.). Het doet wel een beetje aan The Crew denken, maar dan veel mooier vormgegeven. Gelukkig vonden mijn collega’s het, net als ikzelf, een leuk spel om te doen en dus speelden we meteen elf rondjes. Voor de meeste scenario’s hadden we maar één poging nodig, maar een paar waren wat lastiger. Ik heb me echt heel goed vermaakt met dit spel en hoop dat de sterren nog een keer gunstig gaan staan zodat ik verder kan spelen.

In het rijtje “Spellen die op Spiel binnen vijf minuten na opening zijn uitverkocht” staat al een paar jaar het Japanse slagenspelletje Nokosu Dice. Ik weet niet hoe hij het heeft gedaan, maar Hilbert bleek dit jaar binnen die vijf minuten zijn slag te hebben geslagen en had het spelletje meegenomen naar de All Games on Deck meet & greet die begin deze maand plaatsvond. Ik was een van de gelukkigen die het mocht proberen. De catch in dit spel is dat je niet alleen met kaarten maar ook met dobbelstenen speelt. Aan het begin van het spel worden een aantal dobbelstenen gegooid en ook deze worden over de spelers verdeeld. Hierdoor kan het dus voorkomen dat hetzelfde getal meerdere keren op tafel komt. Aan het eind van een rondje heeft iedereen nog één dobbelsteen over en als je net zo veel slagen hebt gehaald als het getal dat op deze dobbelsteen staat, dan krijg je bonuspunten. Je moet dus een beetje plannen hoeveel slagen je gaat halen en proberen een dobbelsteen over te houden waar dat getal op staat. Maar je moet nog steeds kleur volgen, dus als je een gele dobbelsteen met waarde drie probeert over te houden en geen gespeeld wordt en je geen gele kaart hebt, dan moet je hem gewoon opleggen. Het is dus niet zo makkelijk als het klinkt. Ik vond Nokosu Dice een heel fascinerend spelletje. We speelden met een groep ervaren slagenspelers en dat was maar goed ook, want het was echt wel een tricky spelletje om onder de knie te krijgen. Tricky, maar oh zo leuk. Deze zou ik heel graag nog eens willen spelen.

In Oliva zijn de spelers boeren die olijven kweken om er olijfolie van te maken. Het is een deckbuilder. Elke ronde kies je twee mogelijke acties uit (bijvoorbeeld olijven plukken). Hoe goed deze actie is, hangt af van hoe vaak deze actie in totaal is gekozen. De catch daarbij is dat de spelers om de beurt hun acties onthullen en het dus zo maar kan zijn dat de eerste speler die olijven plukt er bekaaid afkomt, terwijl elke volgende speler er meer krijgt. Met de olijfolie die je produceert kan je vervolgens betere handkaarten kopen of kaarten die punten opleveren. De manier waarop bepaald wordt hoe sterk een actie is, is leuk gevonden en geeft het spel een leuke twist. Het enige minpunt van dit spel is dat je in de laatste ronde(s) soms niet zo veel meer kan. Als je dan net de verkeerde kaarten trekt, dan zit je een beetje klem en daar kan je soms echt niets aan doen. Ik ben desondanks wel gecharmeerd van dit spelletje.

Als je van kikkers houdt, dan is het een goed idee om Pondscape eens op tafel te leggen. In dit spel ga je namelijk een vijver vol met deze kwakende vrienden maken. Elke ronde doe je wat je zo vaak doet in spellen: je trekt een kaart (keuze uit drie) en speelt er vervolgens een in je vijver (die verdacht veel op een raster van drie bij vijf kaarten lijkt). Op de kaarten staan kikkers en leefgebieden (denk aan een mooie waterlelie), maar je mag de kaart ook omdraaien en hem als water spelen. Voor iedere groep van dezelfde kikkers scoor je punten (hoe meer kikkers, hoe meer punten), maar dan wel als ze helemaal blij zijn omdat je aan hun wensen voldoet. Iedere kikkersoort heeft een eigen wensenlijstje. Denk aan zaken als het alleen willen wonen in een vijver met minimaal vier waterkaarten of juist in een vijver waar nog drie andere soorten kikkers wonen. Als je een kaart plaatst mag je soms ook nog een bonusactie doen. De belangrijkste daarvan is dat je kaarten mag wegstoppen onder de voedselsymbolen die afgebeeld staan op kaarten die onderaan je vijver liggen. Deze symbolen staan ook nog op de vijverkaarten en aan het eind van het spel scoor je voor ieder voedselsymbool net zo veel punten als je weggestopte kaarten bij de die soort hebt liggen. Pondscape is een soort spelletje zoals ik ze graag speel: het speelt vlot weg, je hebt toch genoeg om over na te denken en het duurt niet te lang waardoor het ook op een doordeweekse avond nog speelbaar is. Het is niet super vernieuwend of zo, maar gewoon een lekker spelletje dat ik verwacht nog vaak te gaan doen.

In Tweezels moet je voorkomen dat je de grootste ezel bent en zo als eerste je tien kaarten wegspelen. Alle spelers krijgen een eigen trekstapel met tien kaarten en trekken daar er drie van. Op deze kaarten staan meestal twee ezels in verschillende kleuren en soms een schoppende ezel. Vervolgens gooit de startspeler met een set dobbelstenen in de kleuren van de ezels en legt er een opzij. De volgende speler gooit ook weer de dobbelstenen en legt er ook een opzij en zo gaat dat net zo lang door totdat alle dobbelstenen gekozen zijn. Vervolgens moeten de spelers één, twee of drie kaarten uit hun hand spelen. De schoppende ezel zorgt er voor dat de dobbelsteen in die kleur wordt omgedraaid. Voor de kaarten met twee ezels er op moet je bepalen hoe sterk ze zin door de waardes van de bijbehorende dobbelstenen op te tellen. De speler die in een ronde de meest waardevolle ezel speelt, verliest de ronde en moet zijn hand aanvullen van een algemene trekstapel. De andere spelers trekken van hun eigen trekstapel en spelen hem zo leeg. Tweezels is een echt familiespelletje waarin je een beetje invloed hebt, maar toch vooral aan het lot bent overgeleverd. Ik vond het geen straf om te spelen, maar de strategie ligt te veel voor de hand om het echt een spel te maken dat ik met plezier speel te maken.

Ik heb sinds ik de recensie van Peter Hein over Wondrous Creatures had gelezen een milde vorm van hebzucht voor dit spel, mede door het prachtige uiterlijk. Maar het is een duur spel en duurt eigenlijk net te lang om vaak op tafel te komen, dus ik wilde het niet blind kopen. Gelukkig mocht ik het exemplaar van Rob en Det lenen en op mijn verjaardag had ik eindelijk tijd om me door de regels te worstelen en het spel te gaan spelen. Wondrous Creatures is een spel waarin je grondstoffen verzamelt om daar kaarten mee te kopen die dan weer op verschillende manieren punten opleveren. Niek en ik hadden even wat tijd nodig om ons motortje in dit spel op gang te krijgen en daardoor voelde het spel wat langdradig aan. Ik denk dat als we het nog een keer zouden hebben gespeeld, dat het wel beter zou zijn gegaan en het spel daardoor leuker zou zijn geworden. Maar daar is het niet van gekomen voor ik het spel terug gaf aan de rechtmatige eigenaren. Ik vond het best leuk om een keer te doen, maar van hebzucht heb ik geen last meer. Doe mij maar Wingspan of Finspan, dat zijn een beetje soortgelijke spellen, maar dan een stuk vlotter en daardoor met een grotere kans om op tafel te komen.


