Spiel 2026: eerste indrukken van de nieuwe spellen (Dagmar)

Geplaatst door

In dit blogje deel ik mijn eerste indruk van de spellen die ik dit jaar op en rond Spiel heb gespeeld. Ik loop ze in alphabetische volgorde af.

Ik heb geen kinderen, maar ben toch altijd nieuwsgierig als er een kinderversie uit komt van een spel waar ik van houd. En dan is een beurs een mooie manier om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen. Anton en Wendy waren me gelukkig ter wille en dus schoven we aan bij Azul Kids. In deze versie krijg je mooie plaatje voor je te liggen waarop je gekleurde figuurtjes in verschillende kleuren moet leggen. Wie als eerste zijn plaat af heeft wint. De manier waarop je aan deze figuren komt is 100% Azul. Ze liggen namelijk in bakjes en als je aan de beurt bent mag je uit zo’n bakje één soort halen, de rest gaat naar een centraal bakje (en daar mag je dus ook uit halen). Als je meer figuren pakt dan je nodig hebt, dan geef je die aan je buurman. En dat is het. Ik vond dit een prima vertaling van Azul naar een kinderversie. De regels zijn simpel, het ziet er mooi uit en het speelt lekker weg. Prima kinderspel dus.

Ik laat me makkelijk verleiden door spellen met intrigerend spelmateriaal. En dus schoven we aan bij Brabbelkrabben omdat er bij dit spel een soort castagnetten en miniscule haarklemmetjes klaar lagen. De castagnetten stellen schelpen voor die kleine krabbetjes (de haarklemmetjes) moeten zien te vangen. Dit doe je door met elkaar te communiceren. Als je aan de beurt bent dan klepper je even met een van je castagnetten en zeg je vervolgens welke andere schelp een krabje mag vangen door aan te geven welke kleur schelp het is en hoeveel krabjes die al in zijn bek heeft (dus de blauwe schelp met twee krabben mag nog een krab vangen). Je ziet daarbij zelf niet hoeveel krabben er in je eigen schelp zitten dus dat moet je onthouden. Het klepperen met de castagnetten had iets heel bevredigends, maar dat is ook meteen het enige positieve dat ik over dit spel kan zeggen. Niet voor herhaling vatbaar.

Das Spiel der Vögel (The Game of Birds) heeft duidelijk goed naar het succes van Wingspan gekeken. Spellen met mooie vogelplaatjes verkopen. Gelukkig houdt de vergelijking daar op, Das Spiel der Vögel is namelijk een heel anders spel dan Wingspan (wat ik voor de goede orde nog steeds een topper vind), namelijk een spel waarin je setjes moet maken. Op een bordje ligt een raster van drie bij drie vogelkaarten. Op de rand van het bordje staan symbolen die ook op de kaarten staan. Als je aan de beurt bent dan speel je uit je hand een kaart en pak je de kaarten die in het rijtje met dat symbool staan op. Als daar een pestkaart tussen zit, dan moet je die meteen verplicht spelen. En daarna mag je nog twee kaarten spelen. Hiermee bouw je zeven rijtjes (één per symbool) van maximaal drie kaarten. Je kan op twee manieren scoren. Allereerst scoor je de punten voor de waarde van de vogels, waarbij je een bonus krijgt als je meer vogels van dezelfde soort in een rijtje weet te krijgen. En daarnaast krijg je punten als je van ieder type symbool een kaart hebt liggen. Aan het begin van het potje voelde het spel wat chaotisch, maar in de loop van het potje kregen we steeds meer grip op het spel en werd het steeds leuker. Ik vond het leuk genoeg om mee naar huis te nemen.

Een ander voorbeeld van een kinderspel gebaseerd op een populaire titel is Dixit Kids. Ook hier was een plekje vrij en schoven we dus aan. Het spel zag er heel mooi uit, met kleine vakjes waarin diertjes verstopt zaten. Bij deze dieren moet een uitnodiging voor een verjaardagsfeestje bezorgd worden. Op de deuren staan twee plaatjes van dieren met verschillende emoties (blij en bang bijvoorbeeld). De actieve speler kiest een van deze twee plaatjes en legt een Dixit-kaart neer die past bij deze emotie. De andere spelers moeten juist een kaart spelen die past bij de andere emotie. En daarna worden de gespeelde kaarten geschud en moeten de niet-actieve spelers raden welke kaart van de actieve speler is. Als ze dat goed doen, dan is de uitnodiging aangekomen en mogen de beestjes uit het vakje naar het feestje. Over deze kinderversie waren we wat minder te spreken. Je hebt maar drie kaarten op hand en dus kan het zo maar zijn dat je niets logisch kan spelen of zelfs alleen maar een kaart kan spelen die past bij de keuze van de actieve speler. En dan gaat het natuurlijk mis. Wij kunnen dat wel hebben, maar Wendy schatte in dat dat huilen zou worden als het jonge kinderen overkomt. De missie om van Dixit een kinderversie te maken is wat ons betreft dus niet helemaal geslaagd.

Wendy was erg gecharmeerd van het uiterlijk van Encyclopedia of Monsters. Dit spel ziet er namelijk uit als een rijtje boeken die samen in een box zitten. Tel daar het monster thema bij op en je hebt onze interesse. Encyclopedia of Monsters is een coöperatief spel waar je alle monstersfiches die op tafel liggen zonder een fout te maken moet opendraaien. Als je aan de beurt bent dan speel je een monsterkaart uit je hand, voer je de actie die daarbij hoort uit (bijvoorbeeld een fiche bekijken) en draai je daarna een fiche om. Hopelijk staat daar het monster van je kaart op. Zo niet dan zijn jullie namelijk af en moeten jullie opnieuw beginnen. De fiches blijven dan wel op dezelfde plek liggen, dus je kan onthouden wat waar ligt zodat het de tweede poging beter gaat. Ik ben niet zo van de memory-spelletjes en deze kon mij dan niet zo bekoren. Anton en Wendy liepen er ook niet warm voor en dus liepen we snel weer door.

Ik had voor de beurs Fishing 2 al gekocht en deze meegenomen om hem op de eerste avond in ons hotel te spelen. Fishing 2 is het vervolg op het ontzettend leuke slagenspelletje Fishing (Hengelen in het Nederlands). Het spel is eigenlijk hetzelfde gebleven, maar heeft nieuwe actiekaarten gekregen waardoor het toch weer net anders is. Je scoort nog steeds punten door zo veel mogelijk slagen te halen, maar de volgende ronde speel je met de kaarten die je binnen gehaald hebt. Als je niet genoeg slagen hebt gehaald om een volledige hand te trekken, dan mag je nieuwe kaarten trekken om je hand aan te vullen. De kaarten in de trekstapel worden steeds sterker. Je wilt dus aan de ene kant slagen halen voor de punten, maar het is ook aantrekkelijk om heel erg te duiken zodat je lekker veel sterke kaarten kan trekken om juist in de volgende ronde dik te scoren. Dit levert zowel in Fising als in Fishing 2 een interessante dynamiek op. Ik heb geen spijt van mijn aankoop.

De dochter van Wendy is een groot fan van de Fourth Wing boekenserie en dus wilde ze graag Fourth Win g: Das Spiel – Die Wahl der Drachen uit proberen om te kijken of dat een leuk spel was. In dit spel doorloop je de verhaallijn van het eerste boek. Ik heb dit boek ook gelezen, maar was al weer veel vergeten. Gelukkig was het geheugen van Wendy beter dus zij kon mijn geheugen weer even opfrissen. Je speelt verschillende scenario’s die gekoppeld zijn aan gebeurtenissen uit het boek. Zo moet je eerst de enge brug over steken, moet je één op één vechten met de andere spelers en langs de draken lopen in de hoop dat ze je niet ter plekke roosteren. De scenario’s waren verschillend, maar ze kwamen er in alle gevallen op neer dat je je speelfiguur over een soort spoor moest bewegen door de juiste dobbelworpen te doen. Je kon daarbij nog kaarten inzetten om de worpen te beïnvloeden. Wendy en ik waren beide een beetje teleurgesteld dat onder het mooie thematische uiterlijk van dit spel een vrij suf en repetitief dobbelspel zat. Veel vorm en weinig inhoud dus. Doe mij maar de boekenserie (ik ben ook fan). Dit spel ging dus niet mee naar huis.

Ik zie al jaren bij Ravensburger spellen uit de Horrified serie staan, maar had er nog nooit een gespeeld. Aan deze serie worden inmiddels ook spellen uit de Dungeons & Dragons wereld toegevoegd. Ik houd wel van een beetje kerkerkruipen op zijn tijd en wilde dus graag Horrified: Dungeons & Dragons – Ravenloft uitproberen. In dit spel moeten ouderwets twee eindbazen verslagen worden en burgers gered. Het spel zag er heel mooi uit, maar ik had wel wat moeite met de gekozen lettergrootte (klein) in combinatie met het lettertype (gotisch) en dan ook nog in het Duits. Dat kwam het speelgemak niet ten goede. In het spel had je telkens eerst vier acties waar je zelf wat mocht doen (rondlopen, artefacten oprapen of met elkaar ruilen, burgers in veiligheid brengen), gevolgd door een monsterfase waarin je een monsterkaart opendraaide die de monsters activeerde. We moesten met twee monsters vechten en die hadden ieder hun eigen voorwaarden om verslagen te worden (in beide gevallen een combinatie van in te leveren artefacten en het gooien van een bepaalde minimum waarde met een dobbelsteen). Het duurde even voor we helemaal door hadden hoe het spel in elkaar zat, maar daarna ging het wel steeds soepeler spelen. Maar het spel speelde ook een beetje zichzelf. We hebben het geen een keer zwaar gehad en wonnen het scenario uiteindelijk. Ik ben er niet helemaal zeker van dat we de regels allemaal helemaal goed hebben begrepen, dus het kan nog zijn dat we het spel niet 100% goed gespeeld hebben en dat het beter uit de verf komt als je het met de goede regels speelt. Voor nu werd ik niet heel enthousiast van het spel en is het wat mij betreft “one and done” voor mij met Horrified.

Op de tweede dag was ik op een gegeven moment een beetje klaar met de drukte. Anton en ik splitsen daarom op (Wendy was al afgesplitst om even op te trekken met haar broer) en ik ging op weg naar de uitgang. Onderweg kwam ik alleen Peter Hein en zijn dochters tegen en hij haalde me over om toch nog even een spelletje samen te doen. We spotten een vrij tafeltje bij Jolly Christmas en schoven aan. In dit spel ga je met kaarten een mooi gedecoreerde kerstboom bouwen. Op tafel worden een aantal kaarten neergelegd en de spelers kiezen die. Je moet daarbij niet alleen letten op welke kaart je kiest (de verschillende ornamenten scoren op verschillende manieren) maar ook meewegen welke kaart in de rij je kiest. De volgende ronde ben je namelijk ook op de volgorde van de vorige ronde aan de beurt (dus als je de eerste kaart in de rij pakt, dan ben je in de volgende ronde als eerste aan de beurt). Ik vond Jolly Christmas een leuk en thematisch spelletje. Omdat het alleen loont om te specialiseren, bestaat het risico dat iedereen zijn eigen ding gaat doen en je elkaar niet echt in de weg zit. Zo pakte het in ieder geval bij ons uit en dat maakt de herspeelbaarheid van het spel daarom wat kleiner. Ik heb het spel daarom niet gekocht, maar ik heb daar een beetje spijt van. Het zou zo maar kunnen dat dit spel binnenkort dus alsnog bij mij in de kast belandt.

Ik vind Knarr een heel leuk spel en heb recent de uitbreiding (Knarr: Skali) gekocht, maar had hem nog niet gespeeld. Toen ik in de stand van Bombyx Knarr met de uitbreiding zag liggen stelde ik daarom voor om het spel te doen. Anton bleek Knarr nog helemaal niet te kennen dus die vond het prima. De uitbreiding voegt een extra laag aan het spel toe. Je gaat een soort dorpje bouwen met een starttegel en kaarten die je daar achter kan leggen (net als je met de ontdekkingskaarten doet). Op deze starttegel en de aanliggende kaarten staan vier spoortjes die geactiveerd worden als je de verschillende acties in het spel uitvoert (eerste kaart van een kleur bouwen, een rijtje langer maken, of een van de beide ontdekkingskaarten kopen). Ik ben heel enthousiast over deze uitbreiding, als ik hem nog niet gehad had, dan was ik hem meteen gaan kopen. Maar gelukkig had ik hem al, want hij was uitverkocht op de stand van Bombyx toen wij er waren. De uitbreiding voegt nieuwe, interessante keuzes en strategische mogelijkheden toe. Als je van Knarr houdt, dan kan je deze uitbreiding veilig in huis halen.

Bij Ravensburger speelden we het slagenspelletje Last Lemming. De uitlegster gaf daarbij aan dat dit spel leuker is als je met een grote groep speelt dan met drie. Maar we wilden het toch proberen. Centraal op tafel werd een bordje met een spoortje gelegd. Het doel was om in elk van de rondes zo ver mogelijk naar voren te staan met je lemming. Hoeveel je lemming mocht lopen werd bepaald door de slagen die je haalde in combinatie met de regelkaart van de ronde. De ene ronde mocht de speler die een slag haalde net zo veel stappen lopen als de waarde van zijn of haar gespeelde kaart. De andere keer mocht juist de linkerbuurman lopen. Iedere ronde was het anders. Hoe verder naar voren, hoe beter dus. Maar dat is niet helemaal waar, want als je aan het eind van het spoor kwam, dan viel je er af en moest je opnieuw beginnen. En ook op het spoor zelf stonden gaten waar je zo in verdween als je er op eindigde. En alsof dat nog niet genoeg was, kon op elk plekje maar één speelfiguur staan. Als je dus op een plek eindigde waar al iemand stond, dan gaf je die een douw naar voren. En tsja, als daar net een gat was….. Ik snap helemaal dat dit spel het beste uit de verf komt met meer dan drie spelers omdat er dan meer te duwen valt (waarbij hele kettingreacties kunnen ontstaan). Maar ook met drie hadden we er ons prima mee vermaakt. Het was dat er alleen een Duitstalige versie op de beurs te koop was, anders was deze zeker met Wendy mee naar huis gegaan. Ik speel zelf te weinig met grote groepen om daar spellen voor te kopen, maar ik zou met heel veel plezier dit spel nog eens doen.

Van Manoir Bizarre was alleen een Frans exemplaar aanwezig op de beurs. Maar met behulp van de uitlegger was dat geen probleem want die vertaalde de teksten die we moesten weten voor ons. In dit spel ga je een soort horror-huis (denk de sfeer van Halloween) bouwen. Elke ronde krijg je drie kaarten, daar kies je er een van die je in je eigen huis gaat bouwen en de andere twee geef je aan je buurmannen. Van de twee kaarten die je van je buurmannen krijgt, kies je er vervolgens ook een om te bouwen. Op de kaarten staan kamers van je huis. Je moet er voor zorgen dat een kamer die je aanbouwt verbonden is (bijvoorbeeld via een trap of doordat de vloer doorloopt). Aan het eind van het spel worden de huizen die gebouwd zijn vervolgens gewaardeerd op basis van twee doelen. Ik vond dit een heel leuk sfeervol tussendoortje. Als er een Engelse versie was geweest, dan was die mee naar huis gegaan. Maar helaas, die was er dus niet.

In Onsen ben je de uitbater van een Japans badhuis en ga je proberen je bad zo in te richten dat je veel tevreden gasten trekt. Elke ronde kies je een badgast, een upgrade en een tetrisvormig fiche dat het badwater voorstelt (en waar allemaal aromatische zaken in drijven die de gasten zouden kunnen waarderen). Op een aantal momenten in het spel leveren de gasten punten op voor hoe goed het bad aansluit bij hun behoefte. Ik vond dit een aangenaam puzzelspelletje dat er ook nog eens heel mooi uit zag. Helaas was het alleen een demo-exemplaar en kon het spel niet gekocht worden (als dat had gekund was het zeker bij Wendy in de tas geëindigd).

Is het een kalender of is het een spelletje? Dat kan je je afvragen bij Pensterdam. Laten we het een solo puzzelspelletje noemen dat als je wint een kalender oplevert. Op de bodem van het doosje staan de nummers 1 tot en met 31, de namen van de maanden en de namen van de dagen van de week. Met Amsterdamse huisjes (in een soort tetrisvormen) moet je vervolgens proberen vakjes zo af te dekken dat je alleen nog de datum van de dag waarop je het puzzeltje maakt ziet. Ik vind dit echt een ontzettend leuk concept. Ik houd alleen niet van puzzelen. Ik heb een poging gewaagd om een keer de dag van vandaag bij elkaar te puzzelen. Ik kwam voor mijn gevoel best ver, maar ik kreeg het niet voor elkaar. Mijn ding is het dus niet, maar dat wist ik toen ik het spelletje kocht (met ook als doel om het weg te geven). Op de beurs waren ook nog versies met Griekse (Pentorini) of Russische (Pentoscow) huisjes.

Bij de Bombyx stand lag ook Pixies met de nieuwste uitbreiding (Pixies: Little Giants) klaar. Ook hier gold dat ik Pixies al ken, maar de uitbreiding nog niet en dus schoven we aan. De uitbreiding is er weer een in zo’n klein envelopje waar een klein stapeltje kaarten uit komt. Op deze kaarten zijn de illustraties in de vorm van een pijl geplaatst. De pijl geeft aan of je de kaart aan de zijkant of boven je raster moet leggen. Op de kaart staat vervolgens hoe de kaart werkt (bijvoorbeeld alle kruisjes mag je in deze rij negeren of je krijgt punten voor elke dubbel liggende kaart). De nieuwe kaarten gaan gewoon door de rest van de kaarten heen en daarna kan je spelen als altijd. Het is maar een kleine toevoeging, maar hij geeft weer net nieuwe keuzemogelijkheden. Deze ging dus mee naar huis.

Ik had er nog nooit van gehoord, maar het spel zag er mooi uit en er was een fijn tafeltje vrij en dus schoven we aan bij Sunfield Farm. In dit tegellegspel ga je een boerderij runnen waarbij je punten verdiend door je producten aan klanten te verkopen. Als je aan de beurt bent dan kies je een tegel met daarop een akker. Je legt de akker aan je eigen raster aan en vervolgens mag je de een vegimeeple met de groenten die op de zojuist gekozen tegel staan legen op of een aangrenzende tegel of op een tegel met dezelfde kleur. Zodra alle vakjes op een tegel bedekt zijn, mag je de groenten oogsten en draai je de tegel om. Op de achterkant van de tegel staat een dier en je mag de bijbehorende animeeple op de tegel leggen. De groenten kan je vervolgens aan klantkaarten leveren en als je drie verschillende dieren hebt dan krijg je daar ook punten voor. Het spel speelde op zich soepel weg, maar het was wel een beetje repetitief. Het spel voelde een beetje gedateerd aan. Deze hoefde dus niet mee naar huis.

Ik was er zelf niet bij, maar vier van ons groepje speelden met nog twee andere Spiel-gangers een potje Terravista op de beurs en daarna liepen alle zes de spelers in ganzenpas naar de kassa om het te kopen. Ik vond dat aanbeveling genoeg om een blinde aankoop te doen. Ik heb het spel inmiddels gespeeld en ben blij met mijn aankoop. Terravista is een roll & write spelletje. Alle spelers krijgen een bordje voor zich te liggen met daarop een landschap dat opgebouwd is uit gekleurde vakjes. Op sommige vakjes staat een marktkraam of een stuk groente of fruit. Elke ronde worden de twee dobbelstenen gegooid en vervolgens mogen alle spelers een lijntje trekken tussen het midden van twee aangrenzende vakjes van die kleur. Op die manier probeer je de marktkramen van dezelfde kleur met elkaar te verbinden en de probeer je de groenten en het fruit met een willekeurige marktkraam te verbinden. Als dat lukt dan zet je een stapje naar voren met je paard op het bijbehorende spoor. Het doel is als eerste op alle sporen drie stapjes gezet te hebben (of als meer spelers dat redden om de meeste stapjes in totaal gezet te hebben). Terravista is een lekker lichtverteerbaar spellensnackje. De regels zijn simpel, je bent lekker bezig op je eigen bordje maar er is toch interactie doordat je tegen elkaar aan het racen bent om als eerste verbindingen te maken. Van dit soort spellen kan je er niet genoeg in je kast hebben staan.

Op sommige momenten pak je elke vrije tafel die je kan krijgen, gewoon omdat je even wilt ontsnappen aan de drukte. En zo belandden Anton en ik bij het spelletje Toby. In dit spel schrijf je drie hondennamen op en krijgt iedereen drie fiches die naar deze fictieve honden verwijzen. Vervolgens schud je de fiches. In negen korte ronden trekken alle spelers een fiche van hun eigen voorraad (je weet niet wat de anderen hebben) en leg je het fiche neer op een plaatje van iets dat je bij de betreffende hond vindt passen. Als alle fiches liggen dan worden ze opengedraaid. Als meerdere spelers dezelfde hond aan hetzelfde plaatje hebben gekoppeld (Fifi aan parfum bijvoorbeeld of Brutus aan een hondenriem met spikes) dan is het goed, maar als je de enige speler bent die een naam aan een bepaald plaatje heeft gekoppeld dan scoren jullie als team een strafpunt. En als je daar te veel van hebt, dan ben je af. Het deed me erg aan Stella denken, maar dan een slechte versie er van. We waren blij even gezeten te hebben, dus doel gehaald. Dat het spel niet echt leuk was, was in dit geval bijzaak.

Anton, Wendy en ik houden alle drie van slagenspelletjes en dus wilden we Tricky Teams van Kosmos wel proberen. In dit spel ontstaan wisselende teams. Een speler komt uit met een kaart, de buurman daarvan moet verplicht een andere kleur kaart spelen. De laatste speler mag vervolgens een van beide kleuren volgen (of als dat niet kan een derde kleur spelen). De hoogste kaart wint. Deze speler mag zijn eigen kaart houden én pakt de kaarten van de spelers die niet in zijn team zaten. Het andere teamlid scoort zijn eigen kaart. En dan moet je proberen zo veel mogelijk punten te scoren. Ik vond dit maar een vaag spelletje en werd er niet echt enthousiast van. Hij ging dus niet mee naar huis.

En daarmee komt dit blog aan zijn eindje. Ik heb op Spiel nog een aantal spellen gekocht die ik nog niet gespeeld heb, maar waarvan ik hoop dat ik dat wel snel ga doen. Ik zal de eerste indrukken daarvan op de gebruikelijke manier in mijn maandoverzichten delen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *