Nineties Challenge deel 5

Geplaatst door

In het kader van “Hoe komen we de lockdown door”, hebben Niek en ik besloten dat we alle spellen gaan spelen uit onze spellenkast die zijn uitgegeven in de jaren ’90. In deze serie blogjes zal ik verslag doen van wat we daarbij tegenkomen!

Stephensons Rocket

Stephensons Rocket hebben Niek en ik vorig jaar gespeeld tijdens onze Knizia Challenge. Het spel kon me maar matig bekoren en dus heb ik geprobeerd het op marktplaats verkopen.  Dat is helaas niet gelukt en dus stond het nu weer op tafel, dit keer in het kader van onze Nineties Challenge. Stephensons Rocket is een echt treinenspel. Oftewel een spel waarin de spelers verschillende spoorwegmaatschappijen uitbouwen en investeren in de aandelen van de verschillende maatschappijen.

In je beurt mag je twee acties uitvoeren en daarbij kun je kiezen uit drie opties: spoor bouwen (voor één van de zes spoorwegmaatschappijen en als dank krijg je dan een aandeel), een station bouwen of industrie-fiches van de steden pakken (op de steden liggen drie fiches). Je kan geld scoren voor je industrie-fiches (die leveren geld op tijdens het spel als de stad waar je ze vandaan pakt wordt aangesloten op het spoor), met je stations (die leveren geld op, op het moment dat ze aan een route staan van een treinmaatschappij die een stad aandoet) en met je aandelen (die leveren geld op als ze worden overgenomen doordat ze aansluiten op een andere route). En dan leveren aan het eind van de spel meerderheden in de verschillende typen industrie-fiches en de aandelen die nog in het spel zijn ook nog geld op. Wie het meeste geld heeft, wint het spel.

Ik had van mijn vorige potje het gevaar van overgenomen worden onthouden. Niek wist in dat potje heel snel een dominante maatschappij te bouwen en zorgde er voor dat alle andere maatschappijen daar op werden aangesloten (en daardoor verdwenen). Ik was er dus op gebrand om hem niet weer zo’n voorsprong op te laten bouwen. En dat lukte heel aardig. Het spel was daardoor een stuk interessanter om te spelen dan de vorige keer. Ik denk nog steeds wel dat het spel leuker is met meer dan twee spelers. Zo zie je maar weer dat je een spel meerdere keren moet spelen voor je er een oordeel over velt.

Kahuna

Kahuna is weer een spel uit de tweepersoons Kosmos/999 Games-serie. Het is een abstract tweepersoonsspelletje waarin de spelers verbindingen bouwen tussen eilanden (met namen die aan de Teletubbies doen denken, zoals Lale, Faaa en Fifi)  in een tropische archipel. In je beurt mag je eerst (het hoeft niet) één of meer kaarten uit  je hand spelen om vanaf het eiland dat op die kaart staat een verbinding te maken naar een aangrenzend eiland. Je mag ook twee kaarten uitspelen om een verbinding van een andere speler te verwijderen. Zodra je de meerderheid van de verbindingen hebt gemaakt vanaf een eiland, mag je het eiland claimen door er een houten schijfje in jouw spelerskleur op te leggen. Op dat moment mag je ook de verbindingen van de andere speler vanaf dit eiland verwijderen. Het tweede wat je in je beurt doet is één kaart trekken. Tijdens het spel speel je drie keer de trekstapel door. Iedere keer dat de trekstapel leeg gespeeld is, volgt een waardering waarbij de speler die de meeste eilanden geclaimd heeft, punten scoort. En wie aan het eind van het spel de meeste punten heeft, wint het spel.

De eerste ronde van Kahuna vond ik vrij saai. Het bord is dan nog heel leeg en dus zit je elkaar nog niet in de weg. Deze ronde eindigde dan ook in een gelijkspel. Vanaf de tweede ronde begon het spel gelukkig interessanter te worden. Het bord is dan voller en vanaf dat moment begon bij ons de strijd om de meerderheden pas echt (inclusief het van het eiland af trappen van de andere speler). Ik wist in deze ronde een comfortabele voorsprong op te bouwen. In de derde ronde was het bord heel vol en was het lastiger om een eiland te veroveren, vooral omdat je daarvoor eigenlijk eerst door het uitspelen van een dubbele kaart een verbinding van de ander moest verwijderen en vervolgens nog een kaart nodig had om zelf die verbinding te claimen. Ik wist mijn voorsprong daardoor met relatief gemak vast te houden. Ik heb wat gemengde gevoelens over dit spel. Ik vond vooral de tweede ronde interessant, maar de eerste en derde wat minder doordat er respectievelijk te veel en te weinig ruimte op het bord was. Als je het spel beter vaker speelt, dan kan ik me voorstellen dat het ook in de eerste en laatste fase leuker is omdat je slimmer speelt. Kahuna is een beetje een touwtrek-spel waar je nu eens wat wint en dan weer iets verliest. Dat is een genre waar ik niet zo dol op ben. Alhoewel ik het dus best een spannend potje vond (met name de tweede ronde), zie ik mezelf het spel niet zo snel nog eens de kast uit halen.

Schotten Totten

Reiner Knizia is een meester in het bedenken van elegante spelletjes waarin getallenreeksen een centrale rol spelen. Schotten Totten is een prima voorbeeld van dit soort spelletjes. In het midden van de tafel liggen negen grensstenen. De spelers hebben ieder zes kaarten in hun hand met daarop schotten van verschillende waarde in verschillende kleuren. In je beurt leg je één kaart bij een grenssteen aan en trek je een nieuwe kaart. Als aan beide kanten van de grenssteen drie kaarten liggen, wordt bepaald welke speler de sterkste combo heeft neergelegd (straatjes in één kleur zijn bijvoorbeeld het sterkst, daarna drie kaarten van dezelfde waarde, etc.). Je kan ook voortijdig een rijtje claimen als je kunt aantonen dat de andere speler nooit meer een sterker rijtje kan maken (bijvoorbeeld omdat hij zit te wachten op een derde vier, maar je net de laatste vier bij een eigen rijtje legt). De eerste speler die drie naast elkaar liggende grensstenen verovert wint het spel. Als geen van beide spelers drie grensstenen naast elkaar scoort, dan wint op het eind van het spel de speler met de meeste grensstenen.

Ik heb dit spel bijna 50 keer gespeeld en dus was het geen verrassing dat ik dit spel met veel plezier op tafel legde. Ik vind dit een heerlijk spel. De regels zijn super simpel, maar het spel is toch spannend. Soms weet je even dat je een paar beurten veilig een rijtje kan binnen hengelen omdat je de juiste kaarten op handen hebt, maar vaker moet je kiezen waar je voor gaat. Ga je proberen een straat in één kleur te maken of ga je voor een trio. Niets heerlijker dan net die ene kaart trekken waar de andere speler op zit te wachten en die vervolgens met een duivels genoegen zelf uitspelen. Dit spel is echt van een geniale eenvoud en het is dan voor mij geen vraag of ik het ooit voor de vijftigste keer zal spelen, maar alleen wanneer dat moment zal zijn.

Stef Stuntpiloot

Waar een kinderspel al niet goed voor is. Stef Stuntpiloot is bedacht om de echte kleintjes (peuters en kleuters) bezig te houden, maar is, naar het schijnt, vooral populair onder studenten die het voor drankspelletjes gebruiken. Het is een echt plastic fantastic spel waarin Stef met een stuntvliegtuigje rondjes draait (aangestuurd door een batterij) en de spelers met wippertjes er voor moeten zorgen dat hij hun kipjes niet omver vliegt (maar juist die van de andere spelers). Wie als laatste nog kipjes over heeft, wint het spel (en wie er als eerste uit ligt mag een alcoholische versnapering naar binnen gieten als je de studenten-versie speelt).

Een potje Stef duurt maar een paar minuten en daarom spelen wij altijd best of five (overigens zonder drank). Het spel is eigenlijk voor vier spelers bedoeld, maar met twee is het ook prima te doen (dan bedien je twee wippertjes en heb je zes kippen te beschermen). Wij worden altijd behoorlijk fanatiek van dit spel en de KUT’s vliegen dan ook over tafel als er een kip van ons om ver gaat. Als je verloren hebt, dan wil je meteen nog een keer om te laten zien dat je echt wel in staat bent om je kippen te beschermen.

Ter zijde: voor wie zich afvraagt wat dat zwarte plastic dingetje is op de foto: dat is een plectrum (stukje plastic dat je gebruikt om de snaren van een gitaar aan te slaan om je vingers te sparen) . Een paar jaar geleden overleed mijn collega Stef. Hij hield erg van muziek en had altijd een plectrum bij zich zodat hij die, als de kans zich voor zou doen, heel nonchalant tijdens een concert aan een gitaarspeler kon geven die de zijne kwijt was geraakt. Tijdens zijn uitvaart kregen alle aanwezigen een plectrum met zijn naam er op. Niek en ik gaan regelmatig naar concerten (maar nu even niet), maar staan dan liever niet voor in het gedrang bij het podium. Ik heb het plectrum van Stef daarom maar in deze doos gestopt zodat ik iedere keer dat ik het spel speel, weer even aan hem denk. Stef, bij deze dus!

Het Kolonisten van Catan kaartspel

Het Kolonisten van Catan kaartspel was mijn sleutel tot de spellenwereld. Ik kreeg het van mijn beste vriendin cadeau. Tot dat moment kende ik alleen spellen als Rummicub, Risk en Monopoly. Ik was meteen dolenthousiast over het kaartspel. Niet lang daarna pikte ik het Kolonisten van Catan bordspel in dat mijn moeder had gekocht (maar niet speelde) en werd ik nog verder de spellenwereld ingezogen. Het bordspel speelden we vervolgens met iedereen die maar aan wilde schuiven. Ik was in die tijd bezig met mijn scriptie en had last van studie-ontwijkend gedrag. Op een dag ging ik op internet (wat voor mij toen nog een heel nieuw fenomeen was) op zoek naar informatie over de Kolonisten en vond ik de eerste bordspellen-websites, namelijk Spelmagazijn, Bordspel.com én Spellengek (ik kende Wendy en Peter Hein toen nog niet). Via deze websites ontdekte ik dat de spellenwereld uit nog veel meer bestond dan Catan. En sindsdien vermaak ik me uitstekend met het ontdekken van al het leuks dat deze zich ieder jaar uitbreidende spellenwereld heeft te bieden.

In het Kolonisten van Catan Kaartspel beginnen de spelers met twee dorpjes die met elkaar verbonden zijn door een weggetje en daarom heen liggen zes landerijen. Als je aan de beurt ben gooi je met de twee dobbelstenen. Als eerste voer je de actie uit die de gebeurtenis-dobbelsteen aangeeft (je kunt hier bijvoorbeeld een extra grondstof naar keuze krijgen, maar hij kan er ook voor zorgen dat de rover geactiveerd wordt waardoor spelers met meer dan zeven grondstoffen al hun erts en wol moeten inleveren). Daarna krijgen alle landerijen met het getal dat met de andere dobbelsteen is gegooid er een grondstof bij (dat houd je bij door de kaart te draaien). Met deze grondstoffen kun je vervolgens nieuwe wegen en dorpen kopen, dorpen op waarderen naar steden en gebouwen, havens, verdubbelaars en ridders kopen die in je dorpen en steden komen wonen.  Je scoort punten voor dorpen, steden, sommige gebouwen en door de sterkste riddermacht en de meeste handelspunten (die op sommige gebouwen staan) te hebben. De speler die als eerste 12 punten heeft, wint het spel.

Het Kolonisten van Catan kaartspel voelt inmiddels behoorlijk gedateerd aan en heeft het veel van zijn glans verloren. Niet alleen is de geluksfactor best hoog, maar het spel duurt ook erg lang. Zeker aan het begin moet je soms een paar rondjes dobbelen voordat je genoeg grondstoffen hebt om iets te kunnen bouwen. Als dan de rover net langs komt voor je je kostbare grondstoffen kunt uitgeven, dan is dat echt heel zuur. Hoe verder je in het spel komt, hoe sneller het gelukkig gaat. Het spel heeft een paar vervelende destructieve kantjes (kaarten waardoor je gebouwen of ridders terug op handen moet nemen of gebeurtenissen waardoor je veel grondstoffen verliest). Als je zelf harder geraakt wordt door zo’n kaart of gebeurtenis dan de ander, dan is het best lastig om daar niet heel chagrijnig van te worden, zeker als het een paar keer achter elkaar gebeurt.  Ik vond het best leuk om het spel weer eens te doen for good old times sake, maar niet vanwege het spel zelf. Dit spel heeft er samen met het bordspel in de jaren ’90 eigenhandig voor gezorgd dat bordspellen bekend én geliefd werden bij het grote publiek. In hun voetsporen zijn er ontzettend veel spellen getreden. Het Kolonisten van Catan bordspel heeft wat mij betreft nog niets aan glans ingeboet. Dat geldt helaas niet voor het kaartspel, dat heeft zijn glans wel verloren. Maar oh wat heeft het spel ooit gestraald en laten we het spel daarom vooral nog steeds de credits geven die het verdient.

Torres

Aan het eind van de nineties en het begin van de zero’s waren de AP-spellen van Kramer en Kiesling (Tikal, Java, Mexica en Torres) erg populair. De afkorting AP staat voor Actie Punten. In deze spellen mogen spelers in hun beurt namelijk een bepaald aantal actiepunten uitgeven om verschillende acties uit te voeren. Elke actie heeft daarbij zijn eigen prijs. Het nadeel van deze spellen is dat sommige spelers elke mogelijke zet eerst gaan doorrekenen voor ze iets doen. En aangezien je heel veel verschillende combinaties van acties kunt kiezen, kan de speelduur van deze spellen nogal oplopen als je met dit soort spelers speelt. Vandaar dat de afkorting nog een tweede betekenis heeft gekregen, namelijk Analysis Paralysis, verwijzend naar spelers die zo veel mogelijkheden zien dat ze niet snel kunnen beslissen en daardoor heel lang volkomen verlamd naar het bord zitten te staren terwijl ze elke mogelijke zet doorrekenen. En net als je denkt dat ze een besluit hebben genomen, zien ze nog een nieuwe mogelijkheid en begint de rekenexercitie (en het wachten) van voren af aan. En denk nooit dat je ze aan kunt sporen, de behoefte om alles door te rekenen is sterker dan zijzelf zijn, al is het maar omdat ze het oprecht leuk vinden. Door ze aan te sporen om op te schieten (geloof me, ik heb het geprobeerd) haal je ze alleen maar uit hun concentratie waardoor je nog langer moet wachten omdat ze van voren af aan beginnen met alles door te rekenen. Mijn tip: zet geen AP-spellen op tafel als je met AP-speler speelt als je zelf geen AP-speler bent. Echt al het speelplezier lekt weg als je naar een AP-speler kijkt die lekker aan het rekenen is. Gelukkig zijn Niek en ik beiden geen AP-spelers en kunnen wij dus met plezier deze spellen op tafel zetten. Het eerste AP-spel dat we tegen komen in deze lijst is Torres.

In Torrres organiseert een koning een bouwwedstrijd waarbij zijn zonen (laten we het er op houden dat hij geen dochters had) zich moeten bewijzen. De zoon die het beste scoort in deze wedstrijd, wordt de volgende koning. Torres bestaat uit 3 rondes van ieder 4 beurten waarin de spelers 5 actiepunten per ronde te besteden hebben. Met deze punten bouw je kastelen uit (zowel in vloeroppervlak als in de hoogte) en (ver)plaats je ridders op strategische posities. Aan het eind van elke ronde scoor je per kasteel punten door het vloeroppervlak van het kasteel te vermenigvuldigen met de hoogte waarop de hoogst geplaatste ridder in jouw kleur staat. Tijdens het spel probeer je daar uit te bouwen waar de ander niet mee kan profiteren terwijl je zelf wel zo veel mogelijk profiteert van het bouwwerk van de ander.

Ik vind Torres echt een superleuk spel. Het spel duurt met twee spelers maar iets meer dan een half uurtje (let wel: zonder AP-ers), maar is vanaf het begin af aan superspannend waardoor je het gevoel hebt dat je een veel zwaarder spel hebt gespeeld dan je op basis van de speelduur verwacht. Het is knap dat de acties die je mag uitvoeren zo simpel en overzichtelijk zijn, maar dat het zo lastig is om ze optimaal te besteden. Torres is wat mij betreft dus echt een heerlijk spel dat nog niets aan aantrekkingskracht heeft verloren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.