Dit jaar vielen veel feestdagen in mei en was het een groot deel van de maand ook niet het beste weer, maar dus wel spelletjesweer (al moet ik toegeven dat het voor mij altijd spelletjesweer is). Tel daar nog wat spellendagen met vrienden bij op en daardoor kwam er 98 keer een spel op tafel. Daar zaten acht spellen tussen die ik voor het eerst deed. Over Carnuta en Bohemians schreef ik eerder deze maand al een recensie dus die sla ik in dit overzicht verder over en de andere nieuwe spellen die ik deze maand deed zal ik in alfabetische volgorde bespreken.

Maar voor we aan de nieuwe spellen beginnen, wil ik het even over de oude spellen hebben. Ik speelde deze maand namelijk niet alleen nieuwe spellen, maar ook heel veel oude spellen omdat ik dit jaar er naar streef om 365 verschillende spellen gespeeld te hebben. Deze maand kwamen er precies conform planning 31 spellen bij die dit jaar nog niet eerder op tafel hadden gestaan. Ik lig dus nog steeds op schema voor mijn doel. Daar zaten onder andere alle Azuls tussen. Het was leuk om de hele serie achter elkaar te spelen. Gewoon Azul blijft mijn favoriet doordat het zo heerlijk elegant speelt. De regels zijn simpel waardoor je al je energie kan stoppen in het spelen zelf. Er zit een heerlijk gemeen randje aan het spel doordat je anderen een oor kan aannaaien door de juiste tegels te laten liggen. De andere versies zijn ook leuk, maar hebben meer complexiteit waardoor ze wat uitdagender zijn om te spelen. Azul: Zomerpaviljoen is wat mij betreft Best of the Rest. Daarna komt Azul: Queens Garden, die is misschien wel de ingewikkelste variant van allemaal en daardoor staat hij net wat lager dan de wat simpeler varianten. Azul: de ramen van Sintra is de minst leuke van de grote versies, maar is nog steeds een leuk spelletje. De minst leuke (maar zeker niet slechte) van de serie is voor mij Azul Duel. Die is zo topzwaar met elementen die meer gedoe dan speelplezier toevoegen dat ik tijdens het spel voor mijn gevoel te veel tijd bezig ben met de randzaken in plaats van met de kern van het spel. Echt een gevalletje more is less.

Verder rondden Niek en ik de tweede doorloop van My City af. En ik kan dus nu bevestigen dat je als je de legacy-campagne één keer hebt gedaan met twee spelers, dat je hem rustig nog een keer met zijn tweetjes kan doorlopen. Alleen helemaal aan het begin van de campagne krijg je een kerk waarvan de vorm en grootte afhangt van hoe je in een bepaald spelletje bent geëindigd. Wij hebben de kerken gebruikt die we in het eerste potje niet hadden gebruikt en dat ging prima. Voor de rest van de potjes was al het materiaal aanwezig. Ik heb het spel met veel plezier een tweede keer gedaan.

9 Lives is een slagenspelletje waarin je net als bij Wizard moet gaan voorspellen hoeveel slagen je haalt. De twist is alleen dat iedere keer dat je een slag haalt, je er een kaart bij haalt. En dat kan zo maar een kaart zijn waar je ook een slag mee haalt. En als iedereen een slag haalt, dan duurt een ronde dus ook een slag meer dan je aan het begin wist. Ik heb 9 Lives met plezier gespeeld omdat ik slagenspellen altijd met plezier speel. Maar de twist was niet zo leuk dat ik dit een uitblinker in het genre vind. Leuk voor een keertje, maar geen blijvertje. Daarvoor zijn er te veel betere slagenspellen.

Ark Nova veroverde deze maand weer de tweede plek in de Spellengek Top 100. Het spel heeft dus duidelijk veel fans. Ik hoor daar niet bij. Ik heb het één keer gedaan en dat was een lijdensweg. Dat ene potje (met vier onervaren spelers) duurde inclusief uitleg een uurtje of vijf. Dat waren vijf uren waarin ik vooral aan het wachten was tot ik weer aan de beurt was. Aan een herkansing ben ik dan ook nooit begonnen. De opvolger van Ark Nova is Dierenrijk. Vanwege mijn weerzin tegen Ark Nova was ik ook nog nooit aan deze begonnen. Maar dankzij Det is daar verandering in gekomen. In Dierenrijk ga je ook een dierentuin bouwen en zit ook het systeem dat hoe vaak je een actie mag uitvoeren afhangt van de plek van de kaart in de rij waarop de gekozen actie staat. Hoe verder naar rechts, hoe beter de actie is. En acties die je kiest, mogen daarna weer vooraan in de rij aansluiten. In dit spel bepalen de acties uit welke tegels je mag kiezen en welke tegels je vervolgens mag bouwen in je dierentuin. Op de tegels staat aangegeven of en zo ja hoe ze punten opleveren (bijvoorbeeld als er tegels met bepaalde diersoorten naast liggen). Ik houd wel van dit soort optimalisatiepuzzeltjes en heb Dierenrijk dan ook met plezier gespeeld. We speelden het spel in ongeveer een uurtje dus de speelduur was ook een verbetering ten opzichte van de oermoeder. Dierenrijk komt dus niet op mijn lijst met verboden spellen te staan, als het zo uitkomt dan wil ik deze best nog eens doen.

Deze maand kwam de eerste uitbreiding voor Finspan uit (ik zeg eerste omdat ik hoop dat er meer komen, maar ik heb hier geen informatie over). In Finspan: Haaien en Riffen ga je niet alleen vissen “bouwen” maar ook riffen. Aan het begin van het spel leg je een klein bordje over je schemergebied op het bord. Op dit bordje staat een rifrij. Iedere keer dat je met je duikertje met een duik langs dat gebied komt mag je iets inleveren (een ei, vis of kaart) om er een rif te bouwen. Aan het eind van het spel levert elk koraal een punt op en als in een kolom het rif af is (daar heb je zes koraal voor nodig) dan scoor je nog zes extra punten. Verder zitten er natuurlijk nieuwe viskaarten, startkaarten en einde ronde doel kaarten in het spel die vaak (maar niet altijd) iets doen met het koraal. Ik heb deze uitbreiding met veel plezier gespeeld en vind het een goede toevoeging aan het spel. Ik vond het ook leuk om te merken dat in het ene potje het een eitje was om de koralen te bouwen, maar dat ze in andere potjes maar nauwelijks tot stand komen. Je moet het echt doen met de kaarten die er voorbij komen en als de kaartgoden een keer geen zin hebben in koraal dan is het ploeteren. Maar wel leuk ploeteren.

De positieve verrassing van deze maand is Got five! dat ik dankzij Det leerde kennen. Got five! is een deductiespelletje waarin je moet achterhalen welke getallen er op de plastic tegels op je geheime bordje staan. iedere ronde mag je een hint vragen waardoor je komt te weten welk van je getallen hoger of lager zijn het getal wat je vraagt of je kan vragen hoeveel stipjes (1 tot en met 3) er op een tegel staat. Alle mogelijkheden staan op een bordje waar je met een stift mag afstrepen wat je weet (ok, de roze en rode getallen zijn lager dan 24 dus alles hoger dan 24 streep ik af en de drie andere kleuren zijn hoger dus daar streep ik alles lager dan 24 af). Je weet ook nog de kleuren van de fiches en daar kan je ook nog wat informatie uit halen om je verder te helpen. En zo vogel je langzaam aan uit welke getallen waar staan. Je moet daar wel een beetje geluk bij hebben, soms valt het allemaal heel mooi op zijn plaats en andere keren kost het wat meer moeite. Toen ik Peter Hein vertelde dat ik dit leuk vond reageerde hij met “maar je houdt toch niet van deductiespellen?”. En dat klopt. Heel veel deductiespellen vind ik veel te ingewikkeld waardoor je hele spreadsheets moet gaan bijhouden om ze op te lossen. Daar vind ik echt geen snars aan. Maar Got five! is niet zo complex en daardoor vind ik het wel leuk. Ik voel me slim als ik een cijfer heb achterhaald. De kunst is om te beslissen welke hint je vraagt om zo zo snel mogelijk cijfers te kunnen raden en dat vind ik een leuke uitdaging. Mensen die op zoek zijn naar een mega breinkraker, kunnen dit spel rustig links laten liggen, maar voor wie op zoek is naar wat lichter vermaak is dit een echte aanrader.

Hij lag al heel lang in de kast, maar het is me eindelijk gelukt om de tweede uitbreiding van Sea, Salt & Paper te spelen (Sea Salt & Paper Extra Pepper). In deze uitbreiding draai je aan het begin van de ronde een extra kaart open die een voor- of nadeeltje op kan leveren. De speler die aan het eind van de ronde de meeste of de minste punten heeft, krijgt de kaart en mag vanaf dat moment profiteren van het voordelen of lijden onder het nadeel. Je mag wel maar één zo’n extra kaart voor je hebben liggen, dus als je een tweede krijgt dan moet je kiezen welke je wil houden. Ik verloor de eerste ronde en kreeg daardoor een voordeel kaart. Daar heb ik in de tweede ronde best een voordeeltje van gehad, maar toen verloor ik nog steeds. Ik kreeg daardoor nog een voordeelkaart en mijn eerste kaart heb ik daarom afgelegd. Die tweede kaart beviel me goed. Ik wist de derde ronde dik te winnen en daardoor kreeg ik een nadeel kaart, maar omdat je maar één zo’n kaart mag hebben, heb ik die gewoon afgelegd. Dat vond ik wel een beetje vreemd (al kwam het me natuurlijk goed uit). Daarna won ik nog een ronde en toen had ik de winst binnen. Mijn eerste indruk van deze uitbreiding is positief, al vind ik het wel een beetje gek dat je niet na een ronde de kaart moet afleggen, maar hem mag houden.

Het laatste nieuwe spel dat ik deed was Vogelvrij. In dit spel proberen de spelers vogels zo te plaatsen op een boerderij dat ze de meeste punten scoren. De boerderij bestaat uit een aantal tegels en iedere tegel werkt net even anders. Sommige tegels leveren gewoon punten op. Het interessante daarbij is dat niet altijd de speler die er de meeste vogels heeft, de meeste punten krijgt. Soms krijgt juist de tweede of derde speler de meeste punten. En daarnaast heffen alle even grote groepen spellen elkaar op. Als bijvoorbeeld twee spelers drie vogels hebben op een locatie en een andere speler twee, dan krijgen de eerste twee spelers niets maar krijgt de derde speler de punten van de derde plek (dat dan weer wel). Op sommige tegels staan verder acties aangegeven die de spelers die daar staan kunnen krijgen. Daar zitten ook tegels tussen waardoor de meest sterke speler een dier mag gaan aansturen. Dat dier kan dan bijvoorbeeld reeds geplaatste vogels verplaatsen (de hond laat een vogel schrikken die vervolgens naar een ander plekje vliegt). Aan het begin van elk van de vijf rondes trek je twee vogels uit een zakje (daar zitten vogels van alle spelers in dus het kan zijn dat je een vogel van iemand ander krijgt) en je krijgt twee vogels van jezelf. In je beurt zet je vervolgens één van die vogels op een plekje op het bord en voer je een eventuele bonusactie uit (het activeren van een dier bijvoorbeeld). En zo krijg je vier kansen om te manipuleren hoeveel vogels er van iedereen op elke locatie staan. Nadat iedereen zijn vier vogels heeft geplaatst, wordt elke locatie gewaardeerd. Niek en ik speelden Vogelvrij met zijn tweeën en dat ging prima. In de zak waar je dan vogels uit trekt zit dan ook een neutrale kleur waardoor er drie groepen vogels op elke locatie kunnen staan. Het werkt, maar ik denk dat dit spel beter tot zijn recht gaat komen als je met vier of vijf echte spelers gaat spelen. Dan is er veel meer te verdelen en heersen. Dit soort intereactieve meerderhedenspellen zijn op dit moment een beetje uit (misschien is er genoeg rottigheid op de wereld om het aan de spellentafel wat vriendelijker te houden), maar daardoor is het verfrissend om weer eens een spel met zo veel manipulatieve interactie te spelen.

