Maandoverzicht: januari 2021 (Dagmar)

Geplaatst door

Aan het eind van het vorig jaar begon ik langzaam aan het gevoel te krijgen dat er wat licht aan het eind van de Corona-tunnel begon te komen. Er waren vaccins, het enten zou gaan starten, de kortste dag van het jaar lag achter ons. Maar toen kwam januari en ik heb het gevoel dat er in deze maand de tunnel aan de achterkant meer verlengd is dan er aan de voorkant is afgegaan en daar word ik soms wel wat moedeloos van. We moeten er maar het beste van maken en op blijven vertrouwen dat er een moment komt dat we onze normale levens weer op kunnen pakken, maar dat moment zal nog wel op zijn best een paar maanden op zich laten wachten.

Ook in januari waren Niek en ik dus nog steeds heel veel met zijn tweeën thuis. We besloten dat het tijd was voor een nieuwe Challenge. Ik heb een flink aantal suggesties bedacht en uit de lijst van alle mogelijke Challenges kozen we samen de Nineties Challenge. Met behulp van Boardgamegeek draaide ik een lijstje uit van al mijn spellen die in de nineties zijn uitgebracht. Deze lijst hangt aan de binnenkant van onze inbouwkast en we spelen de spellen van minst tot meest populair (op basis van de BGG-waardering). Het is net niet gelukt om de Challenge in januari te volbrengen, dus binnenkort volgt de ontknoping. Ik heb de afgelopen maand dus met heel veel plezier 37 keer een nineties spel gespeeld. Maar aangezien ik daar in de verschillende Nineties Challenge blogjes al over verteld heb, sla ik deze spellen in dit maandoverzicht verder over.

In totaal speelden we 37 keer een spel en dus speelden we ook nog 23 keer een spel uit dit millennium. Het meest gespeelde spel deze maand was My City, het legacy tetris spel van Reiner Knizia.  We speelden dit spel 14 keer en zijn dus inmiddels over de helft van de legacy-variant van dit spel. Ik heb al een recensie over dit ontzettend leuke spel geschreven, dus ook over dit spel houd ik het kort in dit maandoverzicht.

Er waren daarnaast nog drie andere spellen die ik deze maand voor het eerst speelde, namelijk Wavelength, Aqualin en Stew. Laat ik met de eerste beginnen. Wavelength is een partygame van Wolfgang Warsch. De meeste partygames zijn niet met twee spelers te spelen, maar Wavelength is de uitzondering op deze regel. In dit spel staat een soort wijzerplaat centraal. Iedere ronde wordt er een kaartje open gedraaid met twee uitersten er op (koud en warm bijvoorbeeld). Vervolgens krijgt de wijzer op de wijzerplaat een slinger. Eén speler moet vervolgens een hint gaan geven waarmee de andere speler kan raden waar op de wijzerplaat de wijzer staat. De lol van dit spel zit hem er in dat je kan discussiëren over de hint (waar hoort kokend water thuis op de as van koud tot warm), maar als je één tegen één speelt, dan slaat de discussie snel dood (ik ben het doorgaans snel met mezelf eens). Niek en ik dachten wel hardop en het blijft grappig om te merken dat zelfs als je elkaar 24 jaar kent, dat je de hints van de ander regelmatig volkomen anders opvat. Ondanks het gebrek aan discussie, hebben we dus heel wat gelachen om de momenten dat we compleet andere gedachten hadden. Ik ben heel benieuwd hoe dit spel met meer spelers speelt.

Zoals Peter Hein in zijn recensie al schreef, is Aqualin een leuk, vlot abstract tweepersoons spelletje. In dit spel staan op de tegels waar je mee speelt dieren in verschillende kleuren. De ene speler probeert groepjes van dezelfde dieren te maken (ongeacht de kleur) en de andere spelers groepjes in dezelfde kleur (ongeacht het dier). Dit idee is zo simpel dat je je afvraagt waarom niemand anders daar eerder opgekomen is. Ik vond het wel grappig om te merken dat het makkelijker is om te zien hoe groot groepjes van dezelfde kleur zijn dan groepjes van dezelfde diersoort. De diersoorten speler kan daardoor iets makkelijker ongemerkt groepjes maken. Bij ons won dan ook beide keren de diersoorten-speler. Ik ben benieuwd hoe dit bij andere spelers is. Ik vond het desondanks een aangenaam spelletje waarin je lekker bezig bent met mooie plastic speelstukken.

Het laatste nieuwe spel dat ik deze maand speelde was Stew. Dat is het derde spel uit de pocket-spellen serie Quined (de andere twee zijn Circle the Wagons en Sprawlopolis en als vierde spel is net Tussi Mussi uitgebracht). Stew is een beetje raar push your luck en bluf spelletje waarin de spelers om de beurt een kaart van een stapel trekken en die (zonder hem aan de andere spelers te laten zien) óf in de soep te doen (op een stapel leggen) óf op één van de hongerige wezens te leggen die op de soep zijn afgekomen. Dit doe je net zo lang totdat iemand denkt dat de soep klaar is. Op dat moment wordt de soep-stapel opengedraaid. De hongerige wezens die op de soep zijn afgekomen jatten eerst nog iets wat van hun gading is (indien aanwezig) en daarna wordt de waarde van de soep bepaald op basis van de ingrediënten. De regels van dit spel zijn simpel, maar toch had ik het gevoel dat ik er geen snars van snapte. Ik denk dat de clou van dit spel is dat je moet spelen met welke ingrediënten weggeeft en welke je in de soep stopt op zo’n manier dat je de andere spelers op het verkeerde been zet (bijvoorbeeld doen of je druk bezig bent om een lekkere soep te maken maar hem ondertussen te verpesten door er te veel knoflook in te doen). Ik vind de illustraties in dit spel echt super mooi en ik wil dit spel daarom graag heel leuk vinden, maar in het eerste potje wilde dat nog niet zo goed lukken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.