Nineties Challenge deel 2

Geplaatst door

In het kader van “Hoe komen we de lockdown door”, hebben Niek en ik besloten dat we alle spellen gaan spelen uit onze spellenkast die zijn uitgegeven in de jaren ’90. In deze serie blogjes zal ik verslag doen van wat we daarbij tegenkomen!

Hippe Kippen

Hippe Kippen is een echt Zoch-spelletje: een vlot, toegankelijk kaartspelletje met mooie illustraties. In dit spel zijn alle kippen van de leg omdat ze hebben gehoord dat een hele aantrekkelijke haan binnenkort op bezoek komt. Schijnbaar is het haantje niet zo maar een haantje, maar een goudhaantje en dus verzamelen de kippetjes (de spelers) zo veel mogelijk statussymbolen als ze maar kunnen. Denk aan mooie vossenbontjes en sierraden met veel bling bling. De chick die zich op deze manier het beste weet te presenteren zal het hart van Heer de Haan gaan winnen. Elke beurt mogen de spelers drie acties uitvoeren waarbij ze kunnen kiezen uit een aantal mogelijkheden: kaarten trekken, één kaart gesloten neerleggen als startpunt voor een nieuw rijtje, kaarten op een startkaart spelen (op elke startkaart mag maar één soort kaarten worden gelegd). Drie keer tijdens het spel is er een telling waarbij punten vergeven worden voor de spelers die als enige een bepaalde soort kaarten heeft, de spelers die de meeste kaarten met een bepaalde soort heeft en de speler met de op één na meeste van een soort. Officieel speel je dit spel ook nog met een houten vos die je tegen betaling van kaarten tijdens je beurt kan doorgeven aan een andere speler of aan het eind van je beurt zonder betaling mag doorgeven. De vos wordt op een rijtje gezet en dat rijtje telt bij een waardering niet mee. We vonden dit geen leuk onderdeel van het spel omdat het een negatieve geluksfactor introduceert. We hebben de vos dus lekker in de doos gelaten.

Ook Hippe Kippen is weer zo’n spel dat je wel met twee spelers kan doen, maar dat (veel) leuker is met meer spelers. Aan het begin van het spel maak je nog wel kans om als enige een bepaalde kleur kaarten te hebben, maar vanaf ronde twee lukt dat doorgaans niet meer. Vanaf dan moet je dus vooral proberen de meeste meerderheden te hebben. Met twee spelers scoor je ook als je de minste kaarten hebt (dan heb je per slot van rekening de op één na grootste verzameling). Met drie spelers zal er meer strijd zijn en zal het lonen om af en toe een bepaalde schat maar niet te verzamelen om zo je positie op de andere te verbeteren. We hebben ons dus op zich best met dit spelletje vermaakt, maar het wakkerde vooral de behoefte aan om met meer spelers te spelen.

Elfenkoning

In navolging van het succes van het bordspel Elfenland, bedacht Alan R. Moon ook een kaartspelletje met hetzelfde thema. In Elfenkoning moeten de spelers weer op pad om zo veel mogelijk steden aan te doen. Dit keer staan de steden echter niet op het bord, maar op kaarten die de spelers zelf neerleggen. Het spel duurt net zo veel rondes als er spelers zijn (in ons geval dus twee). Aan het begin van het spel krijg je een stapel kaarten waarop de steden, vervoersmiddelen en speciale acties (zoals hindernissen of goudverdubbelaars) staan. Een ronde bestaat uit twee fases. In de eerste fase mogen de spelers tegen betaling extra kaarten kopen, kaarten ruilen (3 pakken, 4 inleveren), stedenkaarten neerleggen of speciale actiekaarten spelen (zoals de hindernissen). In de tweede fase reis je dan met behulp van de vervoerskaarten die je in je hand hebt langs de verschillende steden en verdien je daar geld mee.

Ik val een beetje in herhaling, maar ook dit is een spel dat waarschijnlijk leuker is met meer spelers dan met zijn tweeën. Maar desalniettemin is het nog best een grappig spelletje. Waar je  in het bordspel maar moet hopen dat er een beetje een match is tussen jouw kaarten en de transportfiches die beschikbaar komen, kan je hier extra kaarten kopen en zelfs kaarten ruilen om je hand te verbeteren. Daar knapt het spel van op. Ik kan me ook nog voorstellen dat dit spel goed zou werken als je (á la 7 wonders of Sushi Go) na het trekken van handkaarten eerst een rondje zou draften om de kaarten te verdelen (daarna eventueel nog gevolgd door de mogelijkheid om extra kaarten te kopen of ze te ruilen). Op deze manier verdelen de kaarten zich wat beter en heb je meer zicht in wat er in het spel is waardoor je een betere inschatting kan maken over wat het effect van jouw keuzes op de andere spelers is (zoals een hindernis plaatsen op een plek waar het het meest pijn doet).

Tycoon

Tycoon is voor het eerst uitgekomen in de jaren ’90 (in 1998 om precies te zijn), maar  als je de doos ziet dan zou je het spel eerder in de jaren ’80 plaatsen door de onhandig lange langwerpige doos en een plaatje van een jaren ’80 business man die duidelijk meer succes dan plezier in zijn werk heeft. In 2007 is van dit spel een (verbeterde) versie uitgebracht onder de naam El Capitán. Ik speelde de nineties-oerversie.

New York nog met twin-towers

In dit spel ben je een businessman (vrouwen stonden waarschijnlijk nog gewoon netjes achter het aanrecht) die bezig is de wereld te veroveren door in wereldsteden hotels en fabrieken uit de grond de stampen. Het spel bestaat uit drie rondes en aan het eind van elke ronde verdienen de spelers geld. Allereerst wordt er gekeken in hoeveel steden je gebouwd hebt, in hoe meer steden je bent, hoe meer geld je krijgt. En daarnaast wordt in iedere stad geld verdeeld op basis van wie er de meeste hotels heeft. In je beurt moet je altijd verplicht óf iets bouwen óf een lening nemen. Daarnaast mag je nog geld uitgeven aan vliegtuigtickets die je naar de verschillende steden brengen. Het geld vliegt altijd sneller weg dan je wilt, dus je moet een beetje plannen wat je gaat doen, want een lening nemen wil je eigenlijk niet. Niet alleen was in de tijd dat dit spel zich afspeelde de rente zeker niet negatief maar juist een stevige kostenpost. Maar daarnaast kost het je ook nog eens een beurt waarin je je vliegtuig van het bord moet halen en je dus alleen een lening krijgt. Vervolgens moet je ook nog een nieuw vliegticket kopen om weer op het bord te komen, dus van die lening ben je meteen een flinke hap kwijt.

Ook voor Tycoon gold helaas weer dat het met twee spelers niet  helemaal uit de verf komt. Met drie spelers is er meer strijd om bijvoorbeeld de tweede plek en loont het ook meer om fabrieken te bouwen (die in de opbrengst net zo veel als de tweede plaats opleveren). Tegenwoordig zou er vast een regel zijn geweest dat aan het begin van het spel er met een neutrale kleur al een aantal hotels op het bord waren geplaatst om het spel beter te schalen voor twee spelers. Maar desalniettemin was het best een leuk spel om weer eens te doen. Het voelt een beetje als een snelle en veel leukere versie van Monopoly waarin je lekker grote stapels briefgeld kan verzamelen (maar zonder dat je aan elkaar hoeft te betalen).

Take 5!

Nieuwe kaartspellen komen en nieuwe kaartspellen gaan, maar Take 5! blijft altijd netjes in de schappen staan. Dat zegt veel over de populariteit van dit spel. In Take 5! krijgen alle spelers tien genummerde kaarten en liggen er vier op tafel. Tijdens je beurt speel je één van deze kaarten en deze worden vervolgens op de vier kaarten neergelegd zodat er rijtjes met oplopende nummers ontstaan. Je bent verplicht om op het rijtje waarvan het nummer het dichtst bij die van jou is, te leggen (tip: tel terug vanuit jouw kaart en leg hem neer op de eerste kaart die je tegen komt). En als je dan de zesde kaart neerlegt, dan moet je de vijf kaarten die er lagen oppakken (take 5) en deze leveren je strafpunten op. Jouw gespeelde kaart is nu de beginkaart van een nieuw rijtje. Het briljante van dit spel is dat je het zowel met 2 (wat wij deden) als met 10 spelers kan doen (en alles er tussen in) en dat het met alle spelersaantallen goed uit de verf komt. Hoe meer spelers, hoe meer chaos, maar ook meer hilariteit. Met minder spelers heb je iets meer controle over het spelverloop waardoor het spel wat strategischer wordt.

Het was voor ons geen verrassing of we dit spel met plezier zouden spelen, maar een zekerheidje. Take 5! is een echte en terechte klassieker en zou in geen enkele spellenkast mogen ontbreken.

Tutanchamun

Tutanchamun is een spel van Reiner Knizia dat we bij onze Knizia-Challenge van vorig jaar per ongeluk over het hoofd hadden gezien (ik had hem niet aangevinkt als in mijn bezit op BGG). Toen ik de fout ontdekte, hebben we het spel natuurlijk meteen een keer gespeeld. Deze fout overkomt me natuurlijk geen tweede keer, bij de Nineties Challenge staat  Tutachamun dus keurig op ons lijstje.

Toen archeoloog Howard Carter die de tombe heeft gevonden voor het eerst door een klein kiertje naar binnen gluurde werd hem gevraagd of hij wat zag. Hij antwoorde toen “Yes, wonderful things”. Deze wonderful things liggen in Tutanchamun als een lang slingerend spoor op tafel en eindigen bij een piramide (wat een beetje jammer is aangezien Tutanchamun niet in een piramide lag maar in een tombe die uitgehakt is in de rotsen). De spelers beginnen aan het eind van het spoor. In je beurt pak je één van de schatjes op. Je mag zelf weten welke, maar je moet daarbij wel bedenken dat je nooit meer terug kan. Als je dus een aantal tegels overslaat, dan zijn deze voorgoed buiten jouw bereik. Als alle schatten van een soort zijn gepakt en/of gepasseerd, dan wordt die schat gewaardeerd. Met twee spelers krijgt de speler die de meeste van die soort heeft de punten die er op staan (met meer dan twee spelers krijgt ook de nummer twee nog wat). Doel is om als eerste 26 punten te scoren of (als niemand 26 punten haalt) aan het eind van het spel de meeste punten te hebben.

Tutanchamun is een bedrieglijk simpel set-verzamel-spelletje. Het lijkt zo simpel, maar er zit meer in dat je op het eerste gezicht denkt. Niet alleen moet je proberen meer tegels van een set te hebben dan de andere speler, je moet ook opletten in welke volgorde de tegels liggen en wanneer dus een set gewaardeerd gaat worden. Het komt regelmatig voor dat niet alle sets gewaardeerd zijn voordat een speler al op 26 punten zit. En dan hebben de andere spelers niets meer aan die setjes die ze heel veel punten zouden hebben opgeleverd als ze nog gewaardeerd zouden worden. Dat gebeurt namelijk niet meer. Hoe vaker ik dit spel doe, hoe meer waardering ik krijg voor hoe Knizia er in geslaagd is met super simpele regels een heel interessant spel te maken. Het doet mij dan ook deugd dat dit spel vorig jaar via Kickstater een tweede leven heeft gekregen (ergens dit jaar krijgen de backers hun spel en wie weet komt het dan ook wel weer gewoon in de winkel).

Elk Fest

 Elk Fest is een behendigheidsspelletje voor twee personen waarin de spelers moeten proberen hun houten eland zo snel mogelijk naar de overkant te krijgen. Beide elanden beginnen op twee tegen over elkaar liggende houten blokken. Deze blokken stellen de oevers van een riviertje voor. Via stapstenen hopen de elanden naar de overkant te stappen. Deze stapstenen zijn grijze houten ronde schijfjes. In je beurt mag je twee keer zo’n schijfje wegschieten (flicken) om te proberen het zo geplaatst te krijgen dat jouw eland weer een stapje verder kan zetten. De speler die als eerste zijn eland veilig aan de overkant weet te krijgen, wint het spel.

Elk Fest is zo’n spel waarvan je je afvraagt waarom niet iemand anders er eerder op is gekomen. Het idee is zo simpel, maar het levert echt een leuk spel op. Een potje duurt maar een paar minuten, maar het zal vaak niet bij één potje blijven. Het is alleen jammer dat ik er zo slecht in ben en Niek zo goed. Daardoor zijn de potjes bij ons niet echt spannend te noemen, maar desondanks heb ik er altijd plezier in als we dit spel spelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.